ECLI:NL:RBLIM:2021:1676

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 februari 2021
Publicatiedatum
25 februari 2021
Zaaknummer
03/700436-17
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 26 lid 1 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken beschikkingsmacht over vuurwapen na schietincident

Op 23 november 2017 vond een schietincident plaats in een bedrijfshal te Sittard waarbij een semi-automatisch pistool werd aangetroffen. Forensisch onderzoek bracht DNA-sporen van de verdachte op diverse onderdelen van het wapen en op een huls in de uitwerpopening aan het licht. De verdachte verklaarde het wapen slechts te hebben vastgepakt om de schutter te ontwapenen en het daarna te hebben weggegooid of teruggegeven.

De officier van justitie stelde dat de aanwezigheid van DNA op het wapen duidt op beschikkingsmacht, maar erkende dat medeplegen niet bewezen kon worden. De verdediging betoogde dat de verdachte instinctief handelde en geen bewuste beschikkingsmacht had.

De rechtbank oordeelde dat de verklaring van de verdachte plausibel is en dat de uitwerpstoring van het pistool kan zijn veroorzaakt doordat de verdachte het wapen omklemd hield. Gezien hij het wapen slechts kort vast had en direct afstand deed, kon niet worden vastgesteld dat hij beschikkingsmacht had.

Daarom sprak de rechtbank de verdachte vrij van het tenlastegelegde. Tevens werd gelast dat de inbeslaggenomen voorwerpen aan de verdachte worden teruggegeven indien deze nog niet waren teruggegeven.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken omdat niet bewezen kon worden dat hij beschikkingsmacht over het vuurwapen had.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03/700436-17
Tegenspraak (gemachtigde raadsman)
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 25 februari 2021
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op 29 mei 1984,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. G.A.C. Beckers, advocaat kantoorhoudende te Maastricht.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 februari 2021. De verdachte is niet verschenen. Wel is verschenen zijn gemachtigde raadsman. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2.De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte samen met een ander een semi-automatisch pistool voorhanden heeft gehad.

3.De beoordeling van het bewijs

3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht bewezen dat de verdachte een vuurwapen voorhanden heeft gehad. De verklaring van de verdachte dat hij het wapen slechts vast heeft gegrepen om de schutter te ontwapenen, past niet bij de op het wapen aangetroffen DNA-sporen van de verdachte. De DNA-sporen op meerdere onderdelen van het wapen, wijzen erop dat de verdachte de beschikkingsmacht over het wapen heeft gehad.
De verdachte dient te worden vrijgesproken van medeplegen. Het enkele feit dat er eveneens DNA van medeverdachte [medeverdachte] op het pistool is aangetroffen, is onvoldoende om te kunnen spreken van een nauwe en bewuste samenwerking.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht de verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken. Op het moment dat de verdachte in de loods arriveerde om de dames op te halen, is paniek ontstaan. De verdachte heeft instinctief gereageerd. Hij heeft bij de politie ook hierover verklaard. Hij heeft het wapen vastgepakt om dit van de schutter af te pakken en het daarna weggegooid. Als je een wapen omklemt, kan een storing ontstaan, omdat de huls niet weg kan. In die toestand is het wapen aangetroffen en bovendien is DNA van de verdachte aangetroffen op de huls die in de kamer zat. Wat de verdachte heeft verklaard, komt dus overeen met de aangetroffen sporen. Naar de mening van de verdediging heeft hij geenszins bewust en opzettelijk een wapen voorhanden gehad.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom.
Op 23 november 2017 is op de locatie [adres] door forensisch onderzoekers sporenonderzoek verricht naar het schietincident wat daar had plaatsgevonden op dezelfde dag. Op de vloer van de bedrijfshal was reeds door mensen van de ondersteunings- en aanhoudingseenheid de vindplaats van één huls, bodemstempel “Browning GeCo 7.65” (spoor PD1-01) gemarkeerd. Voor de wand van een met hout en gipsplaten gemaakte ruimte in de bedrijfsloods is op aanwijzing van de explosievenhond Chica achter een doos een vuurwapen, FN, kaliber 7.65 (spoor PD1-05) aangetroffen. De slede van het pistool stond in de achterste stand en in de uitwerpopening was een huls zichtbaar. De huls die zich in de uitwerpopening bevond, is voorzien van bodemstempel “Browning GeCo 7.65” (spoor PD1-0502). Vanaf de zijkant van het plafond van de met hout en gipsplaten gemaakte ruimte zagen de onderzoekers tussen de zwarte ventilatiebuizen, op een afstand van ongeveer twee meter vanaf de wand één gedeformeerd projectiel (spoor PD1-06) liggen. Het betreft een volmantelprojectiel dat niet tot de standaarduitrusting van de politie behoort.
Deze goederen zijn als sporendragers veilig gesteld.
De sporendragers zijn voorzien van SIN-nummers en aangeboden aan The Maastricht Forensic Institute (hierna: TMFI) om vast te stellen of DNA van de verdachte en zijn medeverdachten onder andere op het aangeboden vuurwapen, pistool FN 7.65 (AAKW4951NL), en op de huls uit de uitwerpopening van het pistool (AAKW5986NL) is vast te stellen.
In het rapport van 12 april 2018 heeft het TMFI vastgelegd dat het aangeboden pistool op diverse onderdelen is bemonsterd op de aanwezigheid van DNA. Hetzelfde geldt voor de aangeboden hulzen. De DNA-profielen afkomstig van de bemonsteringen zijn vergeleken met de DNA-profielen van de verdachte en zijn medeverdachten. Hierbij is gebleken dat het DNA-profiel van de verdachte op meerdere onderdelen van het wapen en op de huls die zich in de uitwerpopening bevond, is aangetroffen.
Op de loop (AAKW4951NL#03) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren aangetroffen, waarbij de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en een onbekende man (B) niet als donor zijn uitgesloten. Op het doorlaadmechanisme (AAKW4951NL#4) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren aangetroffen, waarbij de verdachte en onbekende mannen A en B niet als donoren zijn uitgesloten. Op de veiligheidspal (AAKW4951NL#05) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren aangetroffen, waarbij het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van de verdachte. Op de trekker met trekkerbeugel (AAKW4951NL#06) is een DNA-profiel afkomstig van celmateriaal van minimaal vier donoren aangetroffen, waarbij de verdachte en onbekende mannen A en B niet als donoren zijn uitgesloten. Op de kolf (AAKW4951NL#07) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren aangetroffen, waarbij de verdachte en medeverdachte [medeverdachte] donor kunnen zijn en de matchkans kleiner dan één op één miljard is. Op de ingang van de patroonhouder (AAKW4951NL#08) is een DNA-mengprofiel aangetroffen afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, waarbij de verdachte, medeverdachte [medeverdachte] en onbekende mannen A en B niet als donor zijn uitgesloten. Op de onderzijde van het magazijn (AAKW5985NL#05) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal vier donoren aangetroffen, waarbij de verdachte en onbekende man A niet als donor zijn uitgesloten. Op de huls in de uitwerpopening (AAKW5986NL#01) is een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren aangetroffen, waarbij de verdachte niet als donor is uitgesloten.
Het NFI heeft in het rapport d.d. 18 januari 2019 de voorgelegde vragen als volgt beantwoord. De toestand waarin het pistool (AAKW4951NL) is aangetroffen, duidt niet op een correcte werking, maar op een zogeheten uitwerpstoring. Hierbij wordt de huls niet op de normale manier uit het wapen geworpen. Er zijn meerdere manieren waarop een uitwerpstoring kan ontstaan. Het kan gaan om een defect aan het wapen, falen van munitie of een externe oorzaak, zoals het blokkeren of remmen van de slede op het moment van het schot. Als iemand met zijn handen het pistool omklemt op het moment van het schot kan een uitwerpstoring ontstaan, die een toestand geeft zoals die waarin het pistool (AAKW4951NL) is aangetroffen.
De verdachte heeft op 4 december 2017 bij de politie verklaard dat één van de Albanezen in de lucht schoot met een pistool. De verdachte heeft het pistool van hem afgepakt en toen ging er per ongeluk nog een schot af toen hij het pistool in de hand had. Verdachte weet niet meer of hij het wapen heeft weggegooid of teruggegeven.
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van de verdachte past binnen de feiten zoals ze zijn komen vast te staan. Het relaas van de verdachte dat hij heeft ingegrepen om de schutter te ontwapenen, waarbij het zeer wel mogelijk is dat de uitwerpstoring is ontstaan die het pistool bij aantreffen vertoonde en vervolgens meteen afstand heeft gedaan van het pistool door dit weg te gooien of terug te geven, past binnen de aangetroffen sporen. Het relaas is op zichzelf beschouwd niet zo onaannemelijk dat het reeds daarom verworpen moet worden. Uitgaande van zijn relaas heeft de verdachte met deze handelwijze DNA op het pistool achtergelaten, maar niet kan worden gesteld dat hij daadwerkelijk beschikkingsmacht over het wapen heeft gehad nu hij dat maar zeer kort moet hebben vast gehad en direct afstand ervan moet hebben genomen.
De verdachte dient daarom van het tenlastegelegde te worden vrijgesproken.

4.Het beslag

Voor zover de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen niet reeds zijn teruggegeven, dient dit alsnog te geschieden.

5.De beslissing

De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;
Beslag
- gelast de teruggave van de onder de verdachte inbeslaggenomen voorwerpen.
Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer, voorzitter, mr. C.M. Nollen en
mr. F.J.W.M. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Eroktay, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 25 februari 2021.
Buiten staat
Mrs. Nollen en Tas zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 23 november 2017 te Sittard, in de gemeente Sittard-Geleen, in elk geval binnen het arrondissement Limburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een of meer wapens van categorie III, te weten een vuurwapen (semi-automatisch pistool, merk: FN) voorhanden heeft gehad;
De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.
art 26 lid 1 Wet Pro wapens en munitie