Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[eiser sub 1] ,
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding van 21 januari 2021 met 28 producties,
- de akte houdende overlegging van 8 producties tevens houdende eis in reconventie,
- de akte houdende de aanvullende producties (29 t/m 32) tevens houdende akte wijziging c.q. vermeerdering van eis,
- de akte houdende productie 33,
- de mondelinge behandeling ter zitting van 1 februari 2021 waarbij de gemachtigde van [eiser sub 1] en van Korian pleitnotities hebben overgelegd.
2.De feiten
- dat partij A (RAZ, toevoeging kantonrechter)
verantwoordelijk is voor de service en zorgdiensten in ECR Domaine Cauberg te Valkenburg en dat zij aan de daar verblijvende personen ook diensten op het gebied van fysiotherapie ter beschikking wenst te stellen; - dat partij A op haar locatie ECR Domaine Cauberg hiertoe faciliteiten ter beschikking stelt;
- dat partij B( [eiser sub 1] , toevoeging kantonrechter)
voor eigen rekening en risico als fysiotherapeut werkzaam is; - dat partij A vanaf 1 juli 2011 gebruik wenst te maken van de diensten van partij B, in de persoon van de heer [eiser sub 1] , zoals omschreven in artikel 1 van Pro onderhavige overeenkomst, welke diensten partij B per genoemde datum tegen vergoeding aan cliënten van partij A wenst te bieden;
- (…)
3.Het geschil
4.De beoordeling
“Partij A wenst vanaf 1 juli 2011 gebruik te maken van de diensten van partij B (…). Voornoemde diensten bestaan uit het door partij B ten behoeve van bij partij A verblijvende personen aanbieden van diensten op het gebied van de fysiotherapie (…).”).