Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- € 610,79 aan hoofdsom
- € 9,68 aan vervallen rente
- € 110,86 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw.
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar heeft een vordering ingesteld tegen een consument voor een bedrag van €610,79 aan hoofdsom, €9,68 aan vervallen rente en €110,86 aan buitengerechtelijke incassokosten inclusief btw. De dagvaarding voldoet aan de wettelijke eisen en de consument betwist de vordering niet of onvoldoende. Daarom wordt de vordering toegewezen, maar de eis is door VGZ beperkt tot €500,00 aan hoofdsom.
De kantonrechter oordeelt dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht niet zijn geschonden. De kosten van de procedure aan de zijde van VGZ worden begroot op €301,09, inclusief dagvaarding, griffierecht en salaris gemachtigde. De gevorderde nakosten worden toegewezen conform de richtlijnen van het LOVCK&T, maar de btw over het salaris van de gemachtigde wordt afgewezen omdat hiervoor geen wettelijke grondslag bestaat.
De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500,00 plus wettelijke rente vanaf 7 augustus 2020, de proceskosten, en de na het vonnis ontstane kosten indien niet binnen twee weken wordt betaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Vordering van €500,00 toegewezen, btw over salaris gemachtigde afgewezen, gedaagde veroordeeld in kosten.