ECLI:NL:RBLIM:2020:9774

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 december 2020
Publicatiedatum
10 december 2020
Zaaknummer
8591772 \ CV EXPL 20-2915
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 BWArt. 7:213 BWArt. 7:214 BWArt. 7:219 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst wegens aanwezigheid van drugs in gehuurde woning

De stichting Zowonen verhuurde sinds maart 2016 een woning aan de huurder. In april 2020 werd in de woning 4,94 gram heroïne aangetroffen, wat leidde tot bestuursdwang en sluiting van de woning voor zes maanden. Zowonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens ernstige tekortkoming door de aanwezigheid van drugs.

De huurder stelde niet op de hoogte te zijn van de drugs en wees naar zijn broertje als verantwoordelijke. Dit verweer werd niet onderbouwd met bewijs en faalde mede vanwege de wettelijke verantwoordelijkheid voor gedragingen van derden in de woning. Ook het verweer dat hij niet op de hoogte was van het zero-tolerance beleid en de brief van 27 mei 2020 werd verworpen.

De rechtbank oordeelde dat de belangenafweging in het voordeel van de verhuurder uitvalt, mede gezien de maatschappelijke risico's van drugshandel. De huurder werd veroordeeld tot ontruiming, betaling van de huur tot ontruiming en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming en betaling van huur en kosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 8591772 \ CV EXPL 20-2915
Vonnis van de kantonrechter van 16 december 2020
in de zaak van:
de stichting STICHTING ZOWONEN,
gevestigd te Sittard , gemeente Sittard -Geleen,
eisende partij,
gemachtigde Vaessen Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen:
[gedaagde partij],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
gemachtigde mr. R.W.P. Krijnen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding
  • de conclusie van antwoord
  • de conclusie van repliek
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Zowonen verhuurt met ingang van 16 maart 2016 de woning aan de [adres] te [woonplaats] aan [gedaagde partij] .
Op grond van artikel 2 van Pro de huurovereenkomst is [gedaagde partij] verplicht het gehuurde als woonruimte te bewonen en overeenkomstig de bestemming te gebruiken en het is [gedaagde partij] verboden de bestemming te wijzigen.
2.2.
De recherche heeft een onderzoek in de woning van [gedaagde partij] opgestart naar aanleiding van een schietincident in [plaats] . Op 20 april 2020 is in het gehuurde het volgende aangetroffen:
  • 6 bolletjes heroïne met in totaal 4,94 gram in een sok in de tv kast in de woonkamer
  • € 1.357,59 aan contant geld.
2.3.
De gemeente Sittard -Geleen heeft bestuursdwang toegepast en de woning gesloten voor de duur van zes maanden, van 2 juli 2020 tot en met 2 januari 2021.

3.Het geschil

3.1.
Zowonen vordert - samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en veroordeling van [gedaagde partij] tot ontruiming van het gehuurde en betaling van € 480,74 per maand tot aan het moment van de ontruiming, vermeerderd met kosten.
3.2.
Zowonen stelt ter onderbouwing van de vordering dat het in bezit hebben van verdovende middelen niet past bij het normale gebruik van een woning. Daarnaast heeft [gedaagde partij] zich niet als een goed huurder gedragen. Zowonen hanteert een zero-tolerance beleid ten aanzien van verdovende middelen. Hierover worden alle huurders geïnformeerd.
De aanwezigheid van drugs levert een ernstige tekortkoming op, zodat Zowonen op grond van artikel 6:265 BW Pro bevoegd is de huurovereenkomst te (doen) ontbinden.
Bij brief van 27 mei 2020 is [gedaagde partij] in de gelegenheid gesteld om zelf de huur op te zeggen, maar hiervan heeft [gedaagde partij] geen gebruik gemaakt.
3.3.
[gedaagde partij] voert verweer en stelt niet op de hoogte te zijn van de aanwezigheid van de drugs. De drugs was van zijn broertje en deze woont inmiddels niet meer bij [gedaagde partij] . Verder stelt [gedaagde partij] dat hij het gehuurde altijd overeenkomstig de bestemming heeft gebruikt en dat hij zich als een goed huurder heeft gedragen.
Hij heeft de brief van 27 mei 2020 en de daarin vervatte bestuursdwang niet ontvangen omdat hij toen in detentie verbleef. Tegen het besluit van de burgemeester om de woning te sluiten is inmiddels bezwaar aangetekend.
[gedaagde partij] heeft geen enkele schuld aan de gedraging van zijn broertje en hij heeft nooit toegestaan dat er verdovende middelen aanwezig zouden zijn. Er was geen sprake van een handelshoeveelheid en [gedaagde partij] was ook niet op de hoogte van het zero-tolerance beleid van Zowonen.
[gedaagde partij] voert aan dat hij niet in ernstige mate is tekortgeschoten, zodat ontbinding niet gerechtvaardigd is. Bovendien is sinds kort een omgangsregeling met zijn zoontje vastgesteld zodat hij belang heeft bij het behoud van de woning.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Bij de beantwoording van de vraag of de door Zowonen gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst met haar gevolgen gerechtvaardigd is, is het bepaalde in artikel 6:265 BW Pro van belang. Daarin is vermeld dat iedere tekortkoming van de schuldenaar in de nakoming van één van zijn verplichtingen de schuldeiser de bevoegdheid geeft om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt.
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat [gedaagde partij] niet heeft bestreden dat er in de door hem gehuurde woning 4,94 gram heroïne is aangetroffen. Het is vaste rechtspraak dat bij aanwezigheid van de aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen in een woning ervan mag worden uitgegaan dat die drugs (mede) bestemd zijn voor de handel. Door de aanwezigheid van de aangetroffen hoeveel heroïne handelt [gedaagde partij] in strijd met artikel 2 van Pro de huurovereenkomst, en de wettelijke bepalingen zoals neergelegd in de artikelen 7:213 BW en 7:214 BW. Dit betekent dat de gevorderde ontbinding en ontruiming in beginsel gerechtvaardigd zijn en dat alleen beoordeeld dient te worden of deze desondanks achterwege dienen te blijven op grond van door [gedaagde partij] aangevoerde specifieke omstandigheden van het geval, die de kantonrechter hierna zal bespreken.
4.3.
[gedaagde partij] voert aan dat hij niet op de hoogte was van de aanwezigheid van de bolletjes heroïne in de woning. Het was zijn broertje die de drugs daar had neergelegd. Ter onderbouwing van dit verweer verwijst [gedaagde partij] naar het als productie 1 bij antwoord overgelegd proces-verbaal van verhoor verdachte.
Zowonen wijst er op dat Zowonen op grond van artikel 7:219 BW Pro verantwoordelijk te houden is voor de gedragingen van derden die zich met zijn goedvinden in de woning bevinden.
4.4.
De kantonrechter verwerpt voornoemd verweer van [gedaagde partij] bij gebrek aan een deugdelijke onderbouwing daarvan. Uit het proces-verbaal van verhoor blijkt niet meer dan dat [gedaagde partij] ontkent dat de drugs van hem is en dat hij denkt dat het van zijn broertje is, maar dat hij dat ook niet weet. Een verklaring van het broertje, waarin deze verklaart dat de drugs van hem is en dat [gedaagde partij] hiervan niet op de hoogte is, is niet in de procedure gebracht. Bovendien kan dit verweer [gedaagde partij] , gelet op de inhoud van artikel 7:219 BW Pro ook niet baten.
4.5.
Ook het verweer van [gedaagde partij] dat hij niet op de hoogte was van het zero-tolerance beleid van Zowonen, leidt er niet toe dat de huurovereenkomst niet ontbonden mag worden. Het mag als bekend verondersteld worden dat een handelsvoorraad verdovende middelen niet getolereerd wordt.
4.5.
Ook het verweer dat [gedaagde partij] de brief van 27 mei 2020 niet heeft ontvangen, leidt er niet tot dat ontbinding niet gerechtvaardigd is. Het is immers de verantwoordelijkheid van [gedaagde partij] dat hij aan hem geadresseerde post ontvangt.
4.7.
Tot slot voert [gedaagde partij] nog aan dat hij de woning nodig heeft voor de omgangsregeling met zijn zoontje. Hoewel de kantonrechter het belang bij het behoud van de woning inziet voor [gedaagde partij] , acht de kantonrechter het belang van Zowonen om bij te dragen aan de leefbaarheid en veiligheid in de buurten en de wijken waarin haar woningen liggen doorslaggevend voor de vraag of de huurovereenkomst ontbonden kan worden. Het behoeft geen betoog dat handel in of aanwezigheid van drugs gepaard gaat dan wel kan gaan met overlast, veiligheidsrisico’s, negatieve maatschappelijke gevolgen en schade aan huurwoningen.
4.7.
Alles overziend en de belangen van partijen afwegend komt de kantonrechter daarom tot het oordeel dat hij de vorderingen van Zowonen zal toewijzen. [gedaagde partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van Zowonen worden begroot op:
  • dagvaarding € 102,95
  • griffierecht 124,00
  • salaris gemachtigde
totaal € 586,95
4.8.
De kantonrechter zal dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaren.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning gelegen te [woonplaats] , gemeente [gemeente] , aan de [adres] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening, dan wel binnen veertien dagen nadat de sluiting van de woning is opgeheven, het gehuurde met al het zijne en de zijnen en de woning aan de [adres] te [woonplaats] te ontruimen en ontruimd te houden en vorenbedoelde woning onder afgifte van de sleutels weer ter vrije en algehele beschikking van Zowonen te stellen,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] om vanaf heden tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Zowonen te betalen de gebruiksvergoeding die gelijk is aan de voorheen geldende maandelijkse huur van € 480,74 per maand, te voldoen voor of op de eerste van iedere maand tot het moment van ontruiming, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van Zowonen gevallen en tot op heden begroot op € 586,95, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M.P. Brouns en in het openbaar uitgesproken.
type: PLG
coll: