Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding de dato 11 juni 2020, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de conclusie van repliek,
- de conclusie van dupliek.
2.De vaststaande feiten
- eiser is, alleen dan wel tezamen met een partner, eigenaar geweest van een onroerend goed (woning), gelegen te [plaats] ; de eigendom daarvan is op 15 mei 2020 (ingevolge overschrijving in de daartoe bestemde registers) overgegaan op een tweetal opvolgende eigenaren;
- eiser heeft deze woning te [plaats] in ieder geval gedeeltelijk verbouwd; daartoe heeft eiser onder meer ook een overeenkomst van aanneming van werk gesloten met gedaagde op basis van een daartoe door gedaagde op 16 oktober 2017 uitgebrachte offerte (productie 2 bij dagvaarding); ingevolge deze overeenkomst van aanneming van werk diende gedaagde, als aannemer, metselwerk te verrichten en, met name ook, een plafond aan te brengen in een ruimte, eerder gebruikt als schuur; na mondelinge, daarvan gedeeltelijk afwijkende afspraak (geen plafondafwerking met gipsplaten doch met zogenaamde Agnesplaten) heeft gedaagde in de loop van 2018 dit plafond aangebracht en afgewerkt met Agnesplaten;
- in eerste instantie heeft gedaagde deze Agnesplaten met schroeven bevestigd aan de houten balken van het plafond; in samenspraak met eiser zijn in tweede instantie, met behulp van een door eiser aan gedaagde ter beschikking gesteld nietapparaat, Agnesplaten geniet; daarbij zijn, anders dan aangegeven op de verpakking van de te verwerken Agnesplaten, nieten van 1,5 dan wel 1,8 mm gebruikt in plaats van de op die verpakking aangegeven langere nieten;
- na het gereed gekomen zijn van het plafond en oplevering daarvan aan eiser zijn een aantal maanden later een aantal van deze Agnesplaten naar beneden gevallen, en wel op 2 juli 2019; na tussenkomst van de verzekeringstussenpersoon van eiser zijn ook de resterende platen verwijderd, ter vermijding van verder losraken en omlaag vallen ook daarvan; met verwijdering is een bedrag van € 1.537,67 gemoeid geweest (productie 3 bij dagvaarding);
- eiser heeft gedaagde vervolgens aangesproken op vergoeding van deze kosten en ook de met herstel van het plafond gemoeide kosten tot een bedrag van € 8.763,14 (productie 5 bij dagvaarding);
- gedaagde heeft aansprakelijkheid en/of de omvang van de door eiser aan de orde gestelde schade van de hand gewezen.