Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
“V: Waarom zou ze dan verkracht zijn? A: Doordat wat mij door jullie verteld is geworden.”Dat het ging om een verkrachting is [getuige 1] dus duidelijk geworden door wat de politie hem heeft verteld. Bij de rechter-commissaris verklaart hij nogmaals dat er geen dwang heeft plaatsgevonden. Uit de snapchatberichten tussen [getuige 1] en aangeefster, die op dat moment samen was met getuige [getuige 2] , komt niet concreet naar voren wat er is gebeurd. Er wordt niet gesproken over gedwongen seks. Het is speculeren waarom gezegd is wat gezegd is. Verdachte heeft via Instagram zijn excuses aangeboden aan aangeefster, omdat hij wel een one night stand had gehad met haar maar hij geen relatie met aangeefster wilde. Verdachte is geen jongen die one night stands heeft, zo is hij niet (opgevoed).
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een jeugddetentie van 365 dagen, waarvan 355 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 2 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeft aan de jeugdreclassering de opdracht als bedoeld in artikel 77aa, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden a en b en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- verstaat dat de Politie eenheid Limburg toezicht houdt op de naleving van de voorwaarde c;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- veroordeelt verdachte voor het bewezenverklaarde feit tot een taakstraf in de vorm van een werkstraf voor de duur van 200 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende jeugddetentie zal worden toegepast van 100 dagen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe, en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling aan benadeelde partij [slachtoffer] , te betalen een bedrag van € 8.022,99 (bestaande uit € 522,99 materiële schade en € 7.500,00 immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 15 september 2018 tot de dag der algehele voldoening;
- verklaart het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk;
- veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer] , van € 8.022,99, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 15 september 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 75 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.