ECLI:NL:RBLIM:2020:9558
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring ontkenning vaderschap en vaststelling ouderschap met geslachtsnaamwijziging uitgesteld
De rechtbank Limburg behandelde een verzoek tot gegrondverklaring van de ontkenning van het vaderschap van de vader en een verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het ouderschap van een andere man, alsmede een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van de minderjarige.
De moeder had een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd en woonde sinds 2015 in Nederland, terwijl de vader nooit in Nederland was geweest. De rechtbank oordeelde dat op grond van het toepasselijke Nederlandse recht de ontkenning van het vaderschap gegrond kon worden verklaard, omdat voldoende vaststond dat de vader niet de biologische vader was. De man die het ouderschap wilde vaststellen, werd door de rechtbank als biologische vader erkend op basis van verklaringen van de moeder en hemzelf.
De rechtbank zag geen aanleiding voor DNA-onderzoek en achtte de belangen van de minderjarige gediend met deze beslissingen. De beslissing over de geslachtsnaamwijziging werd aangehouden wegens onduidelijkheden en de behoefte aan nadere informatie van de moeder.
De beschikking werd in het openbaar uitgesproken door rechter M.E. Salemans-Wijnen op 23 november 2020, met de mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de ontkenning van het vaderschap gegrond en houdt de beslissing over het ouderschap en de geslachtsnaamwijziging aan.