Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
S IBB,in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam onderbewindgestelde],
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van de zorgverzekeraar CZ tegen Bureau Inkomensbeheer B.V. (BIB q.q.) voor betaling van een achterstand op zorgpremies van een onderbewindgestelde. CZ vordert €465,27 plus wettelijke rente en incassokosten. De rechtbank beoordeelt of de vordering gegrond is en of de buitengerechtelijke incassokosten toewijsbaar zijn.
CZ baseert haar vordering op een zorgverzekeringsovereenkomst en stelt dat de achterstand €483,54 bedraagt, verminderd met een betaling van €105,00. De wettelijke rente wordt berekend tot 8 oktober 2020. De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding aan de formele eisen voldoet en dat BIB q.q. vermoedelijk een consument is, waardoor Europese consumentenbescherming ambtshalve moet worden toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de hoofdsom niet of onvoldoende wordt betwist en wijst deze toe. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat niet is komen vast te staan vanaf welke datum BIB q.q. in verzuim is geraakt; de factuur vermeldt geen betalingstermijn en er is onvoldoende gesteld om verzuim anderszins aan te tonen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding, omdat vanaf dat moment verzuim zeker is ingetreden. BIB q.q. wordt veroordeeld tot betaling van €378,54 plus rente en de proceskosten van €298,96. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: BIB q.q. wordt veroordeeld tot betaling van €378,54 plus wettelijke rente vanaf dagvaarding en proceskosten, incassokosten worden afgewezen.