Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het exploot van dagvaarding met producties 1 t/m 4
- de conclusie van antwoord met een productie,
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- explootkosten € 102,96
- griffierecht € 236,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
De huurder huurt sinds januari 2020 een woning en heeft een huurachterstand opgebouwd van € 2.205,00 over de maanden maart tot en met mei 2020. Ondanks meerdere sommaties en toezeggingen heeft de huurder niet betaald. De verhuurder vordert betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, maandelijkse huur vanaf juni 2020, ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten.
De huurder erkent de huurachterstand en geeft aan deze te willen betalen zodra zij weer inkomsten heeft, maar is sinds februari 2020 afhankelijk van een bijstandsuitkering die nog niet is toegekend. Zij verzoekt om een termijnverlenging (terme de grâce), maar verschijnt niet op de mondelinge behandeling. De verhuurder wijst de termijnverlenging af vanwege het uitblijven van betalingen en het niet nakomen van afspraken.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand en het verzuim vaststaan en wijst de vorderingen toe, behalve de machtiging tot ontruiming die wordt afgewezen omdat de deurwaarder al voldoende bevoegdheden heeft. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente, maandelijkse huur tot ontruiming, incassokosten en proceskosten. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de ontruiming wordt bevolen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, rente, incassokosten en proceskosten.