Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek tevens houdende vermindering van eis
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
600,00(2 punten x tarief € 300,00)
Rechtbank Limburg
Tussen partijen bestond een huurovereenkomst vanaf 1 november 2019 voor een woning met een maandelijkse huur van €995. De huurder liet een huurachterstand ontstaan van vijf maanden tot en met april 2020, ondanks aanmaning en dagvaarding.
De huurder betaalde later de achterstallige huur en kosten, maar de verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van huur vanaf juli 2020. De huurder betwistte dit en stelde dat de achterstand was ingelopen.
De kantonrechter oordeelde dat een huurachterstand van vijf maanden een tekortkoming van voldoende gewicht is die ontbinding rechtvaardigt, ook al is later betaald. De huurder kreeg geen ‘tweede kans’ volgens artikel 7:280 BW Pro. Ontbinding en ontruiming werden toegewezen met een redelijke termijn van twee weken.
De huurder werd veroordeeld tot betaling van de resterende huur en wettelijke rente over de achterstallige bedragen. De buitengerechtelijke incassokosten en explootkosten waren voldaan. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en rente.