Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De verdere procedure
2.Het geschil en de verdere beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eisende partij, VGZ Zorgverzekeraar N.V., vordert betaling van €500 aan gedaagde wegens openstaande bedragen uit een zorgverzekeringsovereenkomst, vermeerderd met rente en kosten. De totale achterstand bedroeg €840,09, waarvan €1,50 acceptgirokosten. Eisende partij beperkte haar vordering tot €500 om hogere griffiekosten te voorkomen.
De kantonrechter beoordeelde het acceptgirokostenbeding en oordeelde dat dit duidelijk en niet onredelijk bezwarend is, gezien de noodzakelijke handelingen voor acceptgirobetalingen. Daarom werden de acceptgirokosten toegewezen.
De overige vorderingen werden niet betwist en gegrond bevonden. De btw over de nakosten van het salaris van de gemachtigde werd afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente vanaf 12 juni 2020, de proceskosten en nakosten conform richtlijnen LOVCK&T. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €500 plus wettelijke rente en proceskosten, btw over nakosten salaris gemachtigde wordt afgewezen.