Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officieren van justitie
uit soortgelijke feiten, te weten de
niettenlastegelegde feiten maar de
wélonderzochte exportdelicten in de betreffende OPV’s. Het gemiddeld behaalde winstpercentage in deze categorie bedraagt 22% van de omzet.
3.Het standpunt van de verdediging
4.Het oordeel van de rechtbank
soortgelijke feitenwaaromtrent voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.
berekeningvan het voordeel in een aantal (hierna specifiek te benoemen) OPV’s zal de rechtbank bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel hierna nader ingaan.
categorie 1op
het totaalvan belang is voor de extrapolatie ten behoeve van categorie 3, komt de horizontale
totaleberekening als volgt uit te zien.
alleleveringen vanuit [verdachte] aan Iran vanuit [vestigingsplaats] geregisseerd. De rechtbank leidt uit die verklaring namelijk af dat [verdachte] geen “eigen” Iraanse klanten had, maar dat alle leveringen die uit naam van [verdachte] aan Iraanse afnemers zijn gefactureerd, via een omleidingsroute zijn geleverd, en dus in strijd met de Nederlandse exportcontroleregelgeving. Deze leveringen zijn dus te beschouwen als “soortgelijke feiten” en het daarmee verkregen voordeel leent zich derhalve voor ontneming.
allegasturbineonderdelen, met uitzondering van boutjes, moertjes, smeermiddelen en
castingconsumables.
soortgelijke feitenals bedoeld in 36e (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
0,23.
5.Het wettelijke voorschrift
6.De beslissing
betaling aan de staatter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel
van een bedrag van€ 4.250.422,54.
7 februari 2020.