Tussen partijen bestond een exploitatieovereenkomst die per 1 januari 2019 is geëindigd. De gedaagde had het recht om de horeca-exploitatie voort te zetten gedurende een lopende gerechtelijke procedure, maar betaalde de facturen niet. Elsmuseum vordert betaling van €12.930,56 plus rente en incassokosten.
De gedaagde verzocht om een betalingsregeling en voerde aan door de coronacrisis in zwaar weer te zijn gekomen, waardoor hij niet ineens kon betalen. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsverplichting al van vóór de coronacrisis dateert en dat de horeca tot februari 2020 normaal kon worden geëxploiteerd. Het beroep op overmacht wordt daarom verworpen.
De kantonrechter wijst de hoofdsom, incassokosten en rente toe vanaf de dag van dagvaarden, en veroordeelt de gedaagde in de proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.