Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair)dan wel zich schuldig heeft gemaakt aan de feitelijke aanranding van de eerbaarheid van [slachtoffer 1]
(subsidiair)dan wel meermalen ontucht heeft gepleegd met
(meer subsidiair);
(primair)dan wel meermalen ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , die zich als cliënt aan zijn hulp of zorg had toevertrouwd
(subsidiair);
(primair)dan wel meermalen ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 3] , die zich als cliënt aan zijn hulp of zorg had toevertrouwd
(subsidiair).
3.De beoordeling van het bewijs
Pak me bij mijn ballen als je durft”. Het werd toen wat rustiger, maar op een gegeven moment ging het voor [slachtoffer 1] te ver en was het klaar voor haar. Ik denk dat het toen maart 2016 was. Op een gegeven moment zei [slachtoffer 1] tegen hem dat het teveel rond haar middel was. Alleen maar rond de billen en de vagina. Als ze dat gezegd had, dan was het een paar keer rustig, maar daarna deed hij het toch weer. De stenen staaf deed hij in haar vagina. Ze moest op haar rug liggen met haar ogen dicht. Hij ging dan met zijn tong over haar borsten. Daar was zij erg van geschrokken. Ze besefte toen wel dat het niet helemaal klopte. Ze vertelde dit huilend. Ze vertrouwde het niet meer. Ze sprak dat uit naar mij. Ze vertelde steeds meer. Die therapie veranderde heel erg. Steeds rond haar middel, vagina of billen en bij de borsten. Ik denk zeker tussen de tien en twintig keren. Er is onder meer met iemand van de gemeente over gesproken. [6]
Beste [getuige 1] en [slachtoffer 1] . (…) We zijn gisteren samen naar de huisarts gegaan en het hele verhaal keurig verteld. Haar reactie was naast dat het geweldig slecht was, wat [verdachte] had gedaan, we toch nog een keertje zouden moeten proberen met jullie te praten. (…) Nu we alles tot in detail hebben besproken, is hem NU pas duidelijk geworden wat de gevolgen zijn. (…) Daarnaast gaat hij recht op zijn doel af, namelijk hij dacht dat hij hiermee mensen hielp. En dat deed hij ook, maar hij is met niemand zo ver gegaan als bij [slachtoffer 1] en dat is heel ernstig. (…) Groetjes, [medeverdachte] .” [10]
- “In het kader van het openstellen stelde [medeverdachte] voor dat haar man [verdachte] iets voor haar kon betekenen
- ze haalde haar man erbij en die vertelde over de edelsteenmassage, over chakra’s en blootstellen en kleren uit
- hij zei dat alle kleren uit moesten (…)
- op dat moment dacht zij dat die mensen haar dus echt wilden helpen; nu denkt ze daar uiteraard heel anders over (…)
- de eerste edelsteenbehandeling volgde een week later, de datum weet ze niet meer (…)
- zij op de behandeltafel moest gaan liggen (...)
- hij met de stenen over haar kleren ging
- zij haar ogen dicht moest doen (…)
- hij een hand op haar knie legde, op haar schouder (…)
- toen zijn hand op haar borst legde
- hij dat zonder waarschuwing deed (…)
- hij legde ook zijn hand tussen haar benen, hij noemde dat ’Sacraal’ dat zit net boven de vagina (...)
- zij voelde dat de hand net boven haar vagina lag (…)
- hij zei dat het in het kader van openheid en vertrouwen was, want er mochten geen blokkades zijn (…)
- op een keer moest ze gaan staan, ze stond in haar ondergoed
- [verdachte] veegde de energie over haar lichaam
- hij deed dat op een keer zo ontzettend hard dat haar slip naar beneden ging
- hij toen lachend zei: “
- ze ook een keer heeft meegemaakt dat ze op haar buik lag en [verdachte] met een steen tussen haar billen zat, hij duwde met de steen de onderbroek naar beneden (…)
- ze heeft ook weleens meegemaakt dat ze op haar rug lag, [slachtoffer 1] deed de stenen over haar slip, [verdachte] niet, die deed aan de voorkant een steen in haar slip, ze voelde de steen op haar schaambeen
- hij dan zei:
- [verdachte] zei vaker tegen haar dat als ze alle kleren uit zou doen, dat ze dan beter geholpen zou worden omdat de energie met kleding onderbroken werd (…)
- hij ook vaker over haar seksleven begon als hij de stenen in haar onderbroek deed (…)
- zij ook een keer een behandeling heeft gehad dat hij een hele hand stenen pakte en die zo links en rechts in haar bh schoof, de stenen lagen op haar borst, in haar bh (…)
- hij een keer de doosjes pakte, hij haalde daar een roze en groene staaf uit, hij was helemaal gefrustreerd
- hij ging boven bij haar hoofd staan, hij hield de staven bij haar gezicht;
- hij riep toen: “
- hij zei ook nog: “
- zij ook nog een keer herinnert bij [verdachte] dat ze zichzelf moest wrijven
- ze moest gaan staan in haar ondergoed
- ze moest wrijven, helemaal over haar lichaam, over haar borsten, haar vagina, binnenkant van haar benen (…)”
“je komt me te dichtbij”.Dat ondergoed setje, jaja, we hebben die schets van de behandeltafel en de keuken. Afspraak is, jij komt binnen en ik verdwijn met mijn stenen naar het keukentje. Ze kunnen zich dan uitkleden. Ik kom terug en ze staat daar voor me in een geel setje met bloemetjes als ik me kan herinneren. Ik heb gezegd dat het mooi was of zoiets, om positief te blijven. [23]
Ja, maar je bent ook zo’n leuke lieve vrouw”.Gelet op deze verklaringen van [slachtoffer 3] over de aanrakingen, het gedrag van de verdachte en hetgeen de verdachte tegen haar heeft gezegd, is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden dat hier sprake is geweest van een aanraking die per ongeluk was en zonder seksuele bedoelingen. Daar komt bij dat het complimenteren van [slachtoffer 3] over haar lingerie, iets wat door de verdachte wordt bevestigd, geen betrekking heeft op de tenlastegelegde handelingen, maar wel een seksuele context impliceert en haar verklaring ook ondersteund.
- die steen, in elk geval deels, in mijn vagina. Dit is misschien een keer of zes tot tien, misschien wel vaker gebeurd;
- een steen, in elk geval deels, in mijn anus. Dat is vaker gebeurd, meer dan één keer, maar ik weet niet hoe vaak;
- mijn borsten masseren, kneden met zijn handen. Dit is vaker gebeurd, meer dan één keer, maar ik weet niet hoe vaak;
- mijn tepels kussen en likken. Dat is vaker gebeurd, meer dan één keer, maar ik weet niet hoe vaak;
- mij op mijn mond kussen. Dit is vaker dan één keer gebeurd, ik weet niet hoe vaak;
- [verdachte] heeft ook vaker gevraagd of ik hem wilde masseren. Dat heb ik ook gedaan, een stuk of vier keer. [verdachte] lag dan op zijn buik. Hij vroeg dan of ik met mijn hand met olie zijn ballen wilde vastpakken. Mijn andere hand legde ik dan op zijn rug en ik masseerde met die andere hand vanuit zijn ballen, naar zijn billen, naar zijn rug en weer terug.
Bij mij ook”. Voor mij was het toen duidelijk dat het over [verdachte] ging. Ik weet niet meer wat ze mij toen precies heeft verteld. Ik heb daarna met [slachtoffer 4] overlegd en ik besloot dat ik wilde dat [verdachte] en [medeverdachte] zouden komen. Ongeveer een half uurtje later kwamen beiden naar ons huis. [slachtoffer 4] sprak [verdachte] aan. Ik kan mij nog herinneren dat in dat gesprek iets is gezegd door [slachtoffer 4] over het binnendringen van stenen. Ik denk dat [slachtoffer 4] iets heeft gezegd van “van onderen naar binnen geduwd”. [verdachte] probeerde er een beetje mee weg te komen door te zeggen dat hij er alleen maar goede bedoelingen mee had. Ik weet nog dat ik tegen [verdachte] zei: “
, je bent een viespeuk en als je een beetje een vent bent, ben je gewoon eerlijk”. [verdachte] zei dat ik daar gelijk in had en hij ging op zijn knieën zitten en volgens mij zei hij letterlijk tegen [slachtoffer 4] dat hij vergiffenis vroeg. Het zag er heel theatraal uit. [slachtoffer 4] heeft [verdachte] ook wel eens moeten masseren. Dat zei ze in dit gesprek. Ze moest [verdachte] dan bij z’n ballen pakken. Ik weet in elk geval dat [verdachte] in het gesprek heeft toegegeven dat hij onzedelijke handelingen had gedaan. [31]
Mag iemand die zeer stommiteiten heeft begaan rehabiliteren met andere woorden oprecht spijt betuigen (…). Ik hoop dat we elkaar kunnen vergeven en vertrouwen kunnen blijven hebben in elkaar’. [33]
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
zondermeeraan dat de ontuchtige handelingen door de verdachte traumatisch voor [slachtoffer 1] zijn geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 1] onder behandeling staat van een psychiater. Nu is vastgesteld dat zij onder meer lijdt aan PTSS en depressie heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing van een deel van de immateriële schade tot het bedrag van € 7.000,-, en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. De rechtbank heeft zich bij de vaststelling van de hoogte van dit bedrag onder meer laten leiden door de lange periode waarin de ontuchtige handelingen hebben plaatsgevonden. Behandeling van de overige deel van de gevorderde immateriële schade levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal dan ook in het overige deel niet-ontvankelijk worden verklaard.
zondermeeraan dat de ontuchtige handelingen door de verdachte traumatisch voor [slachtoffer 2] zijn geweest. Hoewel door de benadeelde partij geen concrete gegevens ter onderbouwing van het verzoek tot immateriële schade zijn ingediend is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het bedrag van € 1.500,- en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Dit bedrag is lager dan het toegekende bedrag aan [slachtoffer 1] omdat bij [slachtoffer 2] gedurende een kortere periode minder ontuchtige handelingen zijn gepleegd door de krachtige weerstand die zij heeft geboden. Behandeling van de overige gevorderde immateriële schade levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal dan ook in het overige deel van de vordering niet-ontvankelijk worden verklaard.
zondermeeraan dat de ontuchtige handelingen door de verdachte traumatisch voor [slachtoffer 3] zijn geweest. Hoewel door de benadeelde partij geen concrete gegevens ter onderbouwing van het verzoek tot immateriële schade zijn ingediend is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een situatie waarin de aard en de ernst van de normschending met zich brengen dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank is aldus van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het bedrag van € 1.000,- en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf
zondermeeraan dat de ontuchtige handelingen door de verdachte traumatisch voor [slachtoffer 4] zijn geweest. De rechtbank heeft er nota van genomen dat [slachtoffer 4] onder behandeling staat van een psycholoog en een psychiater. Nu is vastgesteld dat zij onder meer lijdt aan een gegeneraliseerde angststoornis heeft de rechtbank kunnen vaststellen dat er sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat er immateriële schade is geleden welke zich leent voor aansprakelijkheid van de verdachte en dat deze schade het rechtstreeks gevolg is van het door de verdachte gepleegde strafbaar feit. De vordering leent zich - naar maatstaven van billijkheid - voor toewijzing tot het bedrag van € 2.500,- en de wettelijke rente over dit bedrag, te berekenen over de periode vanaf 29 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening. Behandeling van de overige gevorderde immateriële schade levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op. De benadeelde partij zal dan ook in het overige deel niet-ontvankelijk worden verklaard.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/661017-19 onder feit 1 meer subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair en voor het tenlastegelegde in de zaak met parketnummer 03/661262-16 tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 74 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , ten aanzien van feit 2 subsidiair onder parketnummer 03/661262-16 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 2] , van een bedrag van € 1.500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij in de vordering tot immateriële schadevergoeding voor het overige niet-ontvankelijk;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 25 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] , ten aanzien van feit 3 subsidiair onder parketnummer 03/661262-16 gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 3] , van een bedrag van € 1.320,-, bestaande uit materiële schade ad € 320,- en immateriële schade ad € 1.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 december 2010 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schadevergoeding;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 23 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4] ten aanzien van het feit onder parketnummer 03/661017-19 toe en veroordeelt de verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, [slachtoffer 4] , van een bedrag van € 5.256,38, bestaande uit materiële schade ad € 2.756,38 en immateriële schade ad € 2.500,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil;
- veroordeelt de verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten;
- verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot immateriële schadevergoeding;
- legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 61 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de