Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 236,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert eisende partij betaling van huurachterstand en incassokosten van gedaagde partij. De procedure startte met een dagvaarding en een verzoek om uitstel door gedaagde. Na verkregen uitstel heeft gedaagde niet meer gereageerd.
De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is, omdat het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. De aanmaning van eisende partij vermeldde een lager bedrag aan incassokosten dan waarop recht bestaat volgens het Besluit. Ondanks deze afwijking is gedaagde niet in haar belangen geschaad, zodat de incassokosten worden gematigd tot het in de aanmaning genoemde bedrag van € 113,44 inclusief btw.
De overige vorderingen van eisende partij worden als niet weersproken toegewezen, met inachtneming van een redelijke ontruimingstermijn van twee weken. Gedaagde wordt veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde en betaling van de huurachterstand van € 1.942,87 plus wettelijke rente vanaf 18 juni 2020. Tevens is gedaagde gehouden tot betaling van de huurprijs van € 625,00 per maand vanaf 1 juli 2020 tot ontruiming, met rente bij gebreke van tijdige betaling.
De kosten van de procedure worden aan gedaagde opgelegd, begroot op € 521,09. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand met gematigde incassokosten.