Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair)buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd, in elk geval
(subsidiair)aanwezig heeft gehad;
3.Voorvragen
De opgave van het onder feit 4 tenlastegelegde houdt in dat verdachte wordt verweten dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie bestaande uit (onder andere) [naam 1] en/of de andere onder feit 4 genoemde natuurlijke personen.
De rechtbank is van oordeel, omdat [naam 1] verdachte zelf betreft, de dagvaarding in zoverre (partieel) nietig moet worden verklaard. De dagvaarding is voor het overige geldig.
4.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 oktober 2020;
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 1 oktober 2020;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod;
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
- het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland van 28 september 2020, alsmede
- hetgeen door de raadsman ter terechtzitting over verdachte naar voren is gebracht.
- de nog jeugdige leeftijd van verdachte en met name zijn kwetsbare positie ten tijde van de feiten;
- de omstandigheid dat de in de woning van verdachte aangetroffen harddrugs de verdachte niet in eigendom toebehoorden, maar dat verdachte zich op naïeve wijze door een ander heeft laten overhalen om deze verdovende middelen in zijn woning te bewaren,
- de omstandigheid dat verdachte ook samen met een ander harddrugs heeft verkocht, maar hij had op dat gebied een beperkte rol, en
en dat verdachte nu opnieuw wordt schuldig verklaard aan misdrijven die voor deze data zijn gepleegd.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
Vrijspraak
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, te weten 11 dagen, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
bijzondere voorwaarde, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- veroordeelt de verdachte tevens tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
verklaart verbeurdhet op 5 maart 2020 onder verdachte in beslag genomen
geldbedrag van €200,--.
15 oktober 2020.
A.