Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen
- het verweerschrift met bijlagen
- de mondelinge behandeling op 4 oktober 2020.
Rechtbank Limburg
Werknemer trad in oktober 2016 in dienst bij werkgever en werkte 38 uur per week. Op 14 juli 2020 uitte werknemer via WhatsApp zorgen over zichzelf. Op 15 juli 2020 verliet werknemer zonder toestemming de werkplek, waarna werkgever hem telefonisch op staande voet ontsloeg vanwege werkweigering en ongeoorloofde afwezigheid.
Werknemer stelde zich ziek te hebben gemeld tijdens het telefoongesprek, maar dit kon niet worden bewezen; de daadwerkelijke ziekmelding volgde pas later via WhatsApp. Eerder gedrag van werknemer, waaronder het zonder toestemming verlaten van de werkplek in februari 2019, versterkte het ontslagbesluit.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet terecht was en dat de arbeidsovereenkomst per 15 juli 2020 was geëindigd. Verzoeken tot loonbetaling, ontbinding van de arbeidsovereenkomst, billijke vergoeding en transitievergoeding werden afgewezen. Ook het verzoek om een verklaring omtrent de eindafrekening werd niet toegewezen omdat werknemer de specificaties had ontvangen.
Werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten. De beschikking werd uitgesproken door mr. W.E. Elzinga namens de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt bevestigd en het verzoek tot vernietiging afgewezen.