Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Limburg
Eiser kocht in januari 2014 een motorblok en bracht dit in september 2016 ter revisie bij gedaagde. Na betaling van de revisiekosten ontstonden in 2017 problemen met het motorblok. Eiser meldde deze klachten echter pas na meer dan een jaar, waarbij hij zich eerst tot derden richtte in plaats van direct tot gedaagde. Gedaagde betwistte aansprakelijkheid en stelde dat eiser te laat had geklaagd in strijd met artikel 6:89 BW Pro.
De kantonrechter overwoog dat de klachtplicht inhoudt dat de schuldeiser binnen bekwame tijd na ontdekking van een gebrek moet protesteren bij de wederpartij, zodat deze de kans krijgt het gebrek te onderzoeken en te herstellen. Het tijdsverloop van meer dan een jaar en het feit dat eiser het motorblok eerst door derden liet onderzoeken, bracht gedaagde in een nadelige positie.
Eiser kon onvoldoende onderbouwen waarom hij niet eerder had kunnen klagen, waardoor het beroep op schending van de klachtplicht slaagde. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens te late klacht en schending klachtplicht, eiser veroordeeld in proceskosten.