Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
720,00(tarief gemiddeld)
Rechtbank Limburg
Op 15 februari 2018 is een huurovereenkomst gesloten tussen woningstichting Servatius en de huurder voor een appartement. Vanaf 2019 zijn er klachten binnengekomen over geluidsoverlast veroorzaakt door de zoon van de huurder en diens herdershond. De overlast bestond uit luidruchtig gedrag, harde muziek, schreeuwen, slaan met deuren en aanhoudend geblaf, ook na 22.00 uur.
De verhuurder heeft de huurder meerdere malen gesommeerd de overlast te staken, maar de huurder heeft onvoldoende maatregelen getroffen. De bovenburen hebben geluidsopnamen en logboeken overlegd die de overlast bevestigen. De huurder betwist de overlast deels, maar erkent niet dat de zoon structureel overlast veroorzaakt.
De kantonrechter oordeelt dat de overlast ernstig en structureel is en dat de huurder tekortschiet in zijn verplichtingen als goed huurder. Gezien het belang van de verhuurder en omwonenden weegt dit zwaarder dan het belang van de huurder bij voortzetting van de huurovereenkomst. De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis. Tevens wordt de huurder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen wegens ernstige geluidsoverlast.