Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2020:7902

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
14 oktober 2020
Publicatiedatum
15 oktober 2020
Zaaknummer
8446648 \ CV EXPL 20-1606
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 lid 6 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande factuur voor notariële werkzaamheden ondanks verzoek om specificatie

VHN Notarissen heeft in opdracht van gedaagde notariële werkzaamheden verricht, waaronder het opstellen van oprichtingsakten en een aandeelhoudersovereenkomst. De factuur van €1.210,- inclusief btw is niet volledig betaald, ondanks een betalingsregeling waarbij gedaagde slechts een deel heeft voldaan.

Gedaagde erkent de werkzaamheden en de redelijkheid van het factuurbedrag, maar betwist de incassokosten en wenst een specificatie van de kosten om deze door te kunnen belasten aan de betrokken vennootschappen. De rechtbank oordeelt dat gedaagde als opdrachtgever verantwoordelijk is voor de betaling en dat het verzoek om specificatie hem niet ontslaat van zijn betalingsverplichting.

De rechtbank wijst de vordering van VHN toe, inclusief de wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten, en veroordeelt gedaagde tevens in de proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande factuurbedrag inclusief wettelijke rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8446648 \ CV EXPL 20-1606
Vonnis van 14 oktober 2020
in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VHN NOTARISSEN B.V. t.h.o.d.n. VRIJTHOF NOTARISSEN,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde LAVG Groningen,
tegen:
[gedaagde partij],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.
Partijen zullen hierna VHN en [gedaagde partij] worden genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 31 maart 2020 met producties;
  • de conclusie van antwoord met producties;
  • de conclusie van repliek;
  • de conclusie van dupliek.
1.2.
Tenslotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
VHN heeft in de periode van oktober 2015 tot en met januari 2016 in opdracht van [gedaagde partij] notariële werkzaamheden verricht, bestaande uit het opstellen van oprichtingsakten voor een houdstermaatschappij en een werkmaatschappij en van een aandeelhoudersovereenkomst.
2.2.
Op de overeenkomst van opdracht tussen partijen zijn de algemene voorwaarden 2015 van Vrijthofnotarissen van toepassing.
2.3.
De door VHN ten behoeve van [gedaagde partij] verrichtte werkzaamheden zijn gefactureerd voor een bedrag van € 1.210,- inclusief btw.
2.4.
[gedaagde partij] heeft de factuur niet voldaan, waardoor het gefactureerde bedrag is vermeerderd met incassokosten en wettelijke rente.
2.5.
Partijen hebben begin juni 2018 afgesproken dat [gedaagde partij] het bedrag inclusief de incassokosten en wettelijke rente in termijnen zou betalen. [gedaagde partij] heeft vervolgens in totaal € 746,23 aan VHN betaald. Het restant heeft hij onbetaald gelaten.

3.Het geschil

3.1.
VHN wil dat [gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 732,28, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW rente over dat bedrag vnaf datum dagvaarding. Verder vordert VHN veroordeling van [gedaagde partij] in de proceskosten en nakosten.
3.2.
[gedaagde partij] heeft verweer gevoerd.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagde partij] erkent dat VHN in zijn opdracht notariële werkzaamheden heeft verricht. De hoogte van het gefactureerde bedrag van € 1.210,- inclusief btw acht [gedaagde partij] reëel. Hij heeft desondanks een gedeelte van de factuur inclusief de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten onbetaald gelaten omdat hij nooit een specificatie of uitsplitsing heeft ontvangen waarmee hij de notariële kosten in rekening kan brengen bij de werkmaatschappij dan wel de houdstermaatschappij, zodanig dat iedere partij zijn het aandeel betaalt.
4.2.
[gedaagde partij] is, zoals door hem ook erkend, degene geweest die de opdracht aan VHN heeft. Daarmee is hij verantwoordelijk voor de betaling van de werkzaamheden van VHN. Nu [gedaagde partij] naar aanleiding van de factuur van VHN een betalingsregeling heeft getroffen (welke hij slechts ten dele is nagekomen), heeft hij de (hoogte van de) vordering erkend. Dat hij een nadere specificatie of uitsplitsing van de factuur wenst in verband met door te belasten kosten doet daar niet aan af en ontslaat hem niet van zijn betalingsverplichting
4.3.
[gedaagde partij] stelt dat hij veel van de door VHN overgelegde aanmaningen niet heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt daaruit dat [gedaagde partij] de in rekening gebrachte buitengerechtelijke incassokosten betwist. Niet ter discussie staat echter dat [gedaagde partij] de factuur van 21 september 2016 en de aanmaningen van 21 oktober 2016 en 31 augustus 2018 heeft ontvangen. De aanmaningen voldoen aan de vereisten van artikel 6:96 lid 6 BW Pro, zodat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten kunnen worden toegewezen.
4.4.
Gelet op het voorgaande kan de vordering van eisende partij worden toegewezen met inbegrip van de gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten.
4.5.
[gedaagde partij] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 86,85
- griffierecht € 499,-
- salaris gemachtigde
€ 440,-(2 punten x tarief € 120,- )
Totaal € 1.025,85
4.6.
De gevorderde nakosten zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan VHN tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 732,69 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente daarover als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf 31 maart 2020 (dag van de dagvaarding) tot volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, aan de zijde van VHN tot op heden begroot op € 1.025,85,
5.3.
veroordeelt [gedaagde partij] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen twee weken na aanschrijving door VHN volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 60,-- aan salaris gemachtigde, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis.
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.M. Driessen en in het openbaar uitgesproken.