Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam], in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van
[naam onderbewindgestelde],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 499,00
- salaris gemachtigde
Rechtbank Limburg
Stichting Wonen Limburg vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [naam onderbewindgestelde] wegens een huurachterstand van meer dan drie maanden tot en met januari 2020. De huurovereenkomst betreft een woonruimte te [woonplaats] met een maandelijkse huur van €556,79. De bewindvoerder erkent de vordering maar betwist dat de huurachterstand nog meer dan drie maanden bedraagt en voert aan dat betaling gaande is sinds onderbewindstelling in augustus 2020.
De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand ten tijde van de dagvaarding meer dan drie maanden bedroeg en dat dit een voldoende grond is voor ontbinding van de huurovereenkomst. De persoonlijke en financiële omstandigheden van de huurder kunnen geen beroep op de uitzondering van artikel 6:265 BW Pro rechtvaardigen. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt toegewezen met een termijn van veertien dagen na betekening.
Daarnaast wordt de bewindvoerder veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van €1.360,59 tot en met januari 2020, vermeerderd met wettelijke rente vanaf dagvaarding, en tot betaling van de huur vanaf 31 januari 2020 tot ontruiming. De buitengerechtelijke incassokosten zijn reeds voldaan door eerdere betaling. De proceskosten worden begroot op €1.021,96 en worden aan de bewindvoerder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de bewindvoerder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand met rente en proceskosten.