Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de beslissing waarbij een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 24 augustus 2020.
Rechtbank Limburg
Eiser heeft tussen januari en augustus 2018 autorijlessen gevolgd bij de rijschool van gedaagde en heeft tussentijds een toets en praktijkexamen bij het CBR afgelegd. Uit de rapportages van het CBR bleek dat eiser onvoldoende rijvaardigheden bezat, met name op het gebied van motoriek en verkeersinzicht.
Eiser vordert vergoeding van de kosten van de rijlessen en examens wegens wanprestatie van de rijschool, stellende dat de rijschool onvoldoende heeft bijgedragen aan verbetering van zijn rijvaardigheden en dat het praktijkexamen onterecht is aangevraagd terwijl hij niet klaar was.
De rechtbank oordeelt dat de rijschool oneigenlijk gebruik heeft gemaakt van het praktijkexamen om medische conclusies van het CBR af te dwingen, hetgeen niet de bedoeling is van een examen. Daarom wordt de vergoeding van de examenkosten toegewezen. Er is echter onvoldoende bewijs dat de rijlessen van onvoldoende kwaliteit waren, zodat de vordering tot terugbetaling van de lessen wordt afgewezen.
De proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De rijschool wordt veroordeeld tot vergoeding van de kosten van het praktijkexamen van €229,00, overige vorderingen worden afgewezen.