Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- het vonnis in incident van 4 december 2019;
- de producties 16 tot en met 28 aan de zijde van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] ;
- het proces-verbaal van comparitie van 25 augustus 2020.
2.De feiten
Uitgaven ten behoeve van de gewone gang van de huishouding worden door partijen gedragen naar evenredigheid van hun inkomen. Indien slechts één van de partijen inkomsten heeft, komen de kosten van de gewone gang van de huishouding geheel ten laste van die partij.
Deze overeenkomst wordt ontbonden:
door opzegging door één van de partijen op het tijdstip tegen welke de opzegging is gedaan. De opzegging geschiedt bij aangetekend schrijven gericht aan de wederpartij, waarbij een opzegtermijn van tenminste één maand in acht genomen moet worden. (…)
3.Het geschil in conventie en in reconventie
4.De beoordeling in conventie en in reconventie
- [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] heeft geen belang bij toekenning van deze vordering;
- partijen hebben mondeling afgesproken dat [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] zou afzien van het bedrag van € 40.000,00;
- er is sprake van rechtsverwerking;
- de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid staat in de weg aan toewijzing van de vorderingen van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] .