ECLI:NL:RBLIM:2020:7460

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
30 september 2020
Publicatiedatum
2 oktober 2020
Zaaknummer
8654088 \ CV EXPL 20-3431
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 111 lid 2 onder d RvArt. 21 RvBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling zorgverzekeringsachterstand en wettelijke rente toegewezen, incassokosten afgewezen

Eisende partij, VGZ Zorgverzekeraar N.V., vordert betaling van een openstaande zorgverzekeringspremie van €380,79, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van €69,12. Gedaagde heeft na uitstelverzoek niet gereageerd.

De kantonrechter oordeelt dat de dagvaarding voldoet aan de wettelijke eisen en dat gedaagde vermoedelijk consument is, waarbij de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ambtshalve worden toegepast. De hoofdsom wordt als onvoldoende betwist beschouwd en toegewezen.

De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dag van dagvaarding omdat niet is gesteld vanaf welke datum gedaagde in verzuim is. De vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen omdat niet is gesteld vanaf welke datum het verzuim is ingetreden, wat vereist is volgens het toepasselijke Besluit.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en rente vanaf 2 juli 2020, alsmede de proceskosten van €301,09. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de achterstallige premie en wettelijke rente vanaf dagvaarding, incassokosten worden afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8654088 \ CV EXPL 20-3431
Vonnis van de kantonrechter van 30 september 2020
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
VGZ ZORGVERZEKERAAR N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eisende partij,
gemachtigden Flanderijn,
tegen:
[gedaagde],
wonende [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eisende partij vordert – samengevat - veroordeling van gedaagde partij tot betaling van een bedrag van € 453,80, te vermeerderen met rente en kosten.
2.2.
Ter onderbouwing van haar vordering voert eisende partij (samengevat) het volgende aan.
Eisende partij heeft op grond van een met gedaagde partij gesloten zorgverzekeringsovereenkomst bedragen bij gedaagde partij in rekening gebracht. De totale achterstand bedraagt volgens eisende partij € 380,79. Daarnaast is gedaagde partij aan haar de wettelijke rente verschuldigd.
Eisende partij berekent de wettelijke rente tot 2 juli 2020 op € 3,89. Voorts stelt zij dat gedaagde partij aan haar een vergoeding van € 69,12 voor buitengerechtelijke kosten inclusief btw verschuldigd is.
2.3.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.
2.4.
Op grond van artikel 111 lid 2 onder Pro d Rv dient de dagvaarding de eis en de gronden daarvan te vermelden en op grond van artikel 21 Rv Pro dient eisende partij de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren.
2.5.
De kantonrechter is van oordeel dat de dagvaarding aan de voormelde vereisten voldoet.
2.6.
Gedaagde partij is een consument, althans wordt vermoed een consument te zijn.
Op grond van de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie, dient de rechter de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ook toe te passen als daar niet om gevraagd is (‘ambtshalve toepassing’).
2.7.
De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden.
2.8.
De vordering ten aanzien van de hoofdsom staat als niet weersproken tussen partijen vast en behoort als onvoldoende betwist te worden toegewezen.
2.9.
Nu eisende partij niet voldoende specifiek heeft gesteld met ingang vanaf welke data gedaagde partij met de betaling van de aan de hoofdsom onderliggende facturen in verzuim is, zal de wettelijke rente over de hoofdsom worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding. Door de daad van dagvaarding is in elk geval verzuim ingetreden.
2.10.
Eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim op/na 1 juli 2012 is ingetreden. Alvorens aanspraak bestaat op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten, moet kunnen worden vastgesteld dat en met ingang van welke data gedaagde partij in verzuim is. Nu eisende partij echter heeft nagelaten te stellen vanaf welke data gedaagde partij in verzuim is, kunnen de buitengerechtelijke incassokosten niet worden toegewezen.
2.11.
Gedaagde partij zal worden veroordeeld in de kosten van de procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 105,09
  • griffierecht € 124,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € 301,09

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 380,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 2 juli 2020 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € 301,09,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC