Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
VGZ Zorgverzekeraar N.V. heeft een vordering ingesteld tegen een consument wegens niet-betaalde zorgpremie. De gedaagde partij heeft na verkregen uitstel niet meer gereageerd op de dagvaarding. De kantonrechter beoordeelde dat de dagvaarding voldeed aan de wettelijke vereisten en dat de vordering niet betwist was.
De rechter heeft ambtshalve de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toegepast, maar oordeelde dat deze niet zijn geschonden in deze zaak. De vordering van VGZ staat daarmee vast en wordt toegewezen.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het openstaande bedrag van €378,83, vermeerderd met wettelijke rente over €316,41 vanaf 17 juni 2020, en tot vergoeding van de proceskosten aan de zijde van VGZ. Tevens is het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is een regeling getroffen voor de kosten die na het vonnis ontstaan indien niet binnen twee weken wordt betaald.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande premie, rente en proceskosten.