Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 87,99
- griffierecht € 996,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eiser, een naamloze vennootschap, vordert van gedaagde, een besloten vennootschap, betaling van een huurachterstand van bedrijfsruimte te Heerlen, vermeerderd met overeengekomen boeterente en buitengerechtelijke incassokosten.
Gedaagde heeft tot en met mei 2020 een huurachterstand van € 28.076,51 laten ontstaan en is volgens eiser tevens rente verschuldigd van 2% per maand over de openstaande bedragen. Gedaagde heeft na uitstel niet gereageerd, waardoor de huurachterstand en rente als niet weersproken worden beschouwd.
De rechtbank stelt vast dat de incassokosten berekend moeten worden over de hoofdsom exclusief de rente, conform het BGK-Integraal rapport en artikel 6:119a lid 3 BW, en kent een bedrag van € 4.211,48 toe. Daarnaast veroordeelt zij gedaagde tot betaling van € 39.674,19 plus de overeengekomen boeterente vanaf 24 juni 2020 tot volledige betaling.
De kosten van de procedure aan de zijde van eiser worden begroot op € 1.563,99 en worden eveneens aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 39.674,19 plus boeterente en incassokosten, en in de proceskosten.