Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 102,96
- griffierecht € 124,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een vordering van de onderlinge waarborgmaatschappij Centrale Zorgverzekeraars Groep tegen een consument voor een openstaand bedrag. De gedaagde partij heeft na verkregen uitstel niet gereageerd op de dagvaarding. De kantonrechter stelt vast dat de dagvaarding voldoet aan de wettelijke vereisten en dat de vordering niet voldoende is betwist.
De rechter past ambtshalve de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht toe, maar constateert dat deze niet zijn geschonden. De vordering wordt daarom toegewezen en de consument wordt veroordeeld tot betaling van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 26 mei 2020.
Daarnaast wordt de consument veroordeeld in de proceskosten, begroot op €298,96. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en in het openbaar uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €389,20 met wettelijke rente en proceskosten.