Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 23 april 2020 met producties 1 tot en met 10;
- het formulier B16 Niet geregeld verzoek aan de zijde van [eiseres] met producties 11 tot en met 13;
- het tegen [gedaagde] verleende verstek.
Rechtbank Limburg
Partijen hadden een affectieve relatie en zijn gezamenlijk eigenaar van een woning die belast is met een hypothecaire geldlening. Eiseres vorderde dat gedaagde zijn aandeel in de woning zou overdragen onder de voorwaarde dat hij wordt ontslagen van de hoofdelijke aansprakelijkheid van de hypotheek.
De rechtbank oordeelde dat de vordering ongegrond is omdat geen juridische titel is gesteld of gebleken die toewijzing rechtvaardigt. Pogingen tot afspraken in februari 2019 en het niet-nakomen daarvan door gedaagde leiden niet tot toedeling van de woning aan eiseres, noch is een dergelijke toedeling gevorderd.
De overige vorderingen hangen af van de toewijzing van de hoofdvordering en worden daarom eveneens afgewezen. Gezien de beëindiging van de relatie compenseert de rechtbank de proceskosten, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Het vonnis is gewezen door rechter Y.J.C.A. Roeffen en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2020.
Uitkomst: Vordering tot eigendomsoverdracht woning wordt afgewezen; partijen dragen eigen proceskosten.