Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[handelsnaam],
1.De procedure
2.De feiten
3.De vordering
4.De beoordeling
- dagvaarding € 105,09
- griffierecht € 996,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eisende partij, een private kredietverstrekker, heeft twee leningsovereenkomsten gesloten met gedaagde partij, waarbij in totaal €25.000 werd geleend met een terugbetalingstermijn van vijf jaar in maandelijkse termijnen van €350,88.
Gedaagde partij is in gebreke gebleven met de terugbetalingen, waardoor eisende partij de volledige resterende hoofdsom van €24.679,81 ineens opeisbaar stelt, vermeerderd met buitengerechtelijke kosten, btw en rente tot 30 april 2020. Eisende partij matigt haar vordering tot €25.000 met behoud van recht op meer en contractuele rente vanaf 30 april 2020.
De kantonrechter oordeelt dat de opeisbaarheid van het gehele bedrag volgt uit de toepasselijke algemene voorwaarden en het verzuim van gedaagde partij. De vordering wordt toegewezen, evenals de proceskosten van €1.581,09. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €25.000 met rente en proceskosten.