ECLI:NL:RBLIM:2020:6637
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging last onder dwangsom wegens onvoldoende motivering evenredigheid handhaving schuilgelegenheid
Eiser is eigenaar van een perceel met een schuilgelegenheid die in afwijking van de oorspronkelijke bouwvergunning is gebouwd. Verweerder legde een last onder dwangsom op voor het verwijderen van de schuilgelegenheid en betonverharding, omdat deze zonder geldige vergunning zijn gerealiseerd. Eiser stelde beroep in tegen het besluit tot handhaving.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht handhavend mocht optreden op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het bestemmingsplan. Echter, verweerder heeft niet voldoende gemotiveerd dat het handhavend optreden evenredig is, terwijl eiser zwaar wordt getroffen en een rechtsgeldige vergunning heeft om de schuilgelegenheid op een juiste locatie te situeren.
De Intergemeentelijke adviescommissie bezwaarschriften had gewezen op het ontbreken van een concrete belangenafweging door verweerder. De rechtbank volgt dit en vernietigt het bestreden besluit. Verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de evenredigheid van het handhavend optreden.