Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
de raad voor de kinderbescherming, Zuidoost-Nederland, locatie Maastricht, verder te noemen: de raad, als adviseur van de rechtbank bij deze zaak betrokken.
Rechtbank Limburg
In deze zaak gaat het om een geschil tussen ouders over het hoofdverblijf van hun kinderen na het vertrek van de moeder met de kinderen naar Polen zonder instemming van de vader. De Poolse rechter oordeelde dat de kinderen niet terug naar Nederland hoeven, maar de vader verzocht de Nederlandse rechtbank om het hoofdverblijf bij hem te bepalen en het eenhoofdig gezag toe te kennen.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is op grond van Brussel II bis en het Haags Kinderbeschermingsverdrag. Uit het dossier blijkt dat de moeder het contact van de vader met de kinderen ernstig heeft belemmerd, ondanks rechterlijke beslissingen in Polen die omgang toestonden. De moeder heeft het contact met de vader sinds maart 2020 vrijwel volledig geblokkeerd, ook telefonisch en via beeldbellen.
De rechtbank stelt vast dat het belang van de kinderen het contact met beide ouders vereist en dat de moeder haar gezagsverplichtingen heeft geschonden. Gezien de omstandigheden wordt het hoofdverblijf bij de vader in Nederland vastgesteld, met een begeleide contactregeling voor de moeder in Nederland. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard om verdere vervreemding te voorkomen.
Uitkomst: Het hoofdverblijf van de kinderen wordt bij de vader in Nederland vastgesteld met een begeleide contactregeling voor de moeder, en de beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.