ECLI:NL:RBLIM:2020:6183

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
19 augustus 2020
Publicatiedatum
20 augustus 2020
Zaaknummer
8538323 CV 20-2319
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 RvArt. 108 lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsgeschil inzake forumkeuzebeding in civiele procedure

In deze civiele procedure vordert de eisende partij betaling van een bedrag van €499,00. De gedaagde partij heeft na verkregen uitstel niet gereageerd. De kantonrechter moet eerst vaststellen of hij relatief bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Volgens artikel 99 Rv Pro is de rechter van de vestigingsplaats van de gedaagde partij bevoegd, tenzij partijen anders zijn overeengekomen.

Eiser beroept zich op een forumkeuzebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden, waarin de rechtbank Maastricht is aangewezen als bevoegde rechter. Dit beding is echter op 4 juni 2018 overeengekomen, vóór het ontstaan van het geschil. Op grond van artikel 108 lid 1 Rv Pro geldt een forumkeuzebeding niet als de vordering ten hoogste €25.000 bedraagt en het beding vóór het geschil is overeengekomen.

De kantonrechter oordeelt dat hij niet bevoegd is, omdat de relatief bevoegde rechtbank Rotterdam is. Omdat partijen geen verzoek tot verwijzing hebben gedaan, verwijst de kantonrechter ambtshalve de zaak naar de rechtbank Rotterdam. De zaak zal opnieuw op de rol komen nadat eisende partij gedaagde partij heeft opgeroepen voor de zitting.

Uitkomst: Kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 8538323 \ CV EXPL 20-2319
Vonnis van de kantonrechter van 19 augustus 2020
in de zaak van:
de maatschap naar burgerlijk recht
[eisende partij],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
gemachtigde mr. T.R.L. Houben,
tegen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
THETA HOLDING B.V.,
kantoorhoudende Frobenstraat 25,
3045 RD Rotterdam,
gedaagde partij,
verschenen bij [naam] .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 19 mei 2020
- het verzoek om uitstel van gedaagde partij.
1.2.
Eisende partij heeft een bedrag van € 499,00 aan griffierecht voldaan.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Gedaagde partij heeft, na verkregen uitstel niet meer geantwoord.
2.2.
Alvorens de kantonrechter inhoudelijk over een zaak kan beslissen, dient vast te staan dat de kantonrechter relatief bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.3.
Bevoegd is de recht van vestigingsplaats van gedaagde partij, tenzij de wet anders bepaalt. Dit volgt uit artikel 99 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv).
2.4.
Eisende partij stelt dat in de toepasselijk verklaarde algemene voorwaarden is opgenomen dat alleen de rechter van de rechtbank Maastricht bevoegd is.
2.5.
Ingevolge artikel 108 lid 1 Rv Pro kunnen partijen een forumkeuzebeding overeenkomen. Een dergelijke overeenkomst heeft echter geen gevolg indien de vordering ten hoogste € 25.000,00 beloopt, tenzij de overeenkomst is aangegaan ná het ontstaan van het geschil.
2.6.
Het forumkeuzebeding waarop eisende partij zich beroept is op 4 juni 2018 van toepassing verklaard. Dat brengt mee dat dit beding vóór het ontstaan van het geschil is overeengekomen en daarom toepassing mist.
2.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet de kantonrechter van de rechtbank Limburg, locatie Maastricht, bevoegd om van de vordering kennis te nemen, doch de kantonrechter van rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam.
2.8.
Door partijen is geen daartoe strekkend verzoek gedaan; de kantonrechter kan de zaak echter ook ambtshalve verwijzen.
2.9.
De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren om van het onderhavige geschil kennis te nemen en de zaak verwijzen naar de relatief bevoegde rechtbank.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het onderhavige geschil kennis te nemen,
3.2.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de kamer voor kantonzaken bij de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam,
3.3.
bepaalt dat de zaak wederom zal dienen op de rol van de kamer voor kantonzaken bij de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, nadat eisende partij gedaagde partij bij exploot heeft opgeroepen tegen de dag waarop zij de zaak op de rolzitting wil doen dienen.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.
type: JEC