ECLI:NL:RBLIM:2020:5830
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen executoriaal beslag en betalingsregeling
In deze zaak stond het verzet van [gedaagde] tegen een executoriaal derdenbeslag centraal, gebaseerd op een verstekvonnis van 20 december 2017. VGZ had een betalingsregeling getroffen waarbij een maandelijkse betaling van €50,- werd overeengekomen, gekoppeld aan het reeds gelegde beslag op de zorgtoeslag van [gedaagde].
[gedaagde] betwistte niet dat er een betalingsregeling was, maar stelde dat deze niet noodzakelijkerwijs betrekking had op de veroordeling uit het verstekvonnis. De kantonrechter verwierp deze stelling wegens gebrek aan onderbouwing. Tevens bleek dat [gedaagde] ruim voor de verzetdagvaarding op 29 mei 2019 op de hoogte was van de tenuitvoerlegging van het vonnis.
Gelet op de te late indiening van het verzet verklaarde de kantonrechter [gedaagde] niet-ontvankelijk in zijn verzet en veroordeelde hem tot betaling van de proceskosten van €108,- aan VGZ. De veroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzet van [gedaagde] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.