Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
Door mij werd naar aanleiding van bovenstaande gegevens omtrent de NN verdachte de medeverdachten, [naam 9] en [verdachte] , van [bijrijder 1] in de zware mishandeling op [straat 5] te [plaats 1] bekeken. Door mij werd in het systeem [verdachte] bekeken en ik zag dat er een foto beschikbaar was. De foto van [verdachte] vertoont grote overeenkomsten met de omschrijving van de aangever [benadeelde 1] . Op 7 januari 2019 ontving politiemedewerker [naam agent] een videofragment van de moeder van [benadeelde 1] . Hierbij werd aangegeven dat [benadeelde 1] de video van een ander had gekregen en dat de tweede verdachte zichtbaar was op de video. De verdachte zou [verdachte] genoemd worden. Door mij werd de video bekeken en ik herkende hierop verdachte [verdachte] .
Op vrijdag 4 januari 2019 werd een grijze Mercedes-Benz voorzien van Duits kenteken [kenteken 1] gecontroleerd door politiemedewerkers te Rotterdam. De politiemedewerkers hebben vervolgens het kenteken gecontroleerd en hieruit bleek hen dat het voertuig betrokken was bij een zware mishandeling en een chantage. Tevens bleek het voertuig gehuurd te zijn bij verhuurbedrijf SIXT. De bestuurder betrof [bijrijder 1] . De bijrijder betrof [verdachte] .
heet. Ik ken hem van mijn vorige school. Hij zat bij mij op Gilde Opleidingen in [plaats 1] -zuid. Ik heb toen zijn telefoonnummer gekregen. Dit was [telefoonnummer 1] . [14]
We reden in deze auto vervolgens een paar straten verder in Reuver. Ik zag dat hier [bijrijder 1] instapte. Hij ging naast mij achter op de achterbank zitten. Ik ken [verdachte] ook van het ROG. Ik kreeg meteen een paar klappen van [verdachte] . Hij sloeg mij meerdere keren met kracht en gebalde vuist op diverse plekken op de rechterzijde van mijn lichaam. Ik kroop in elkaar. Ik ondervond meteen pijn van deze klappen. Ten gevolge van deze klappen heb ik pijn aan mijn rechterzijde van mijn hoofd, rechter arm en rechter been. Ik hoorde dat hij zoiets zei dat ik een voorval van twee jaar geleden niet moest doorvertellen.
Twee jaar geleden had hij mij ook geld afhandig gemaakt. Dit was 500 euro. Hij vroeg nu ook aan mij geld. In eerste instantie weigerde ik dit. Ik kreeg toen weer klappen. Uiteindelijk heb ik mijn portemonnee gepakt en hem mijn geld gegeven. Dit was 1500 euro. De bijrijder, [bijrijder 2] , heeft mij ook klappen gegeven vanuit de bijrijdersstoel. Ik ondervond hiervan pijn. Ondertussen waren wij aan het rijden. Ik vroeg waar dit allemaal voor was. Er werd mij gevraagd om mijn pinpas. Hierna werd mij gevraagd om mijn pincode. Ik wilde deze niet geven. Ik voelde dat ik vervolgens nog meer klappen kreeg. Ik zag dat ik deze klappen kreeg van [bijrijder 2] en [verdachte] . Ik kroop in elkaar op de achterbank. Ik ondervond pijn van deze klappen. Ik voelde vervolgens dat er een hard voorwerp op mijn hoofd werd gedrukt. Uiteindelijk heb ik mijn pincode gegeven. Ik zag dat we inmiddels in Tegelen waren. De auto werd geparkeerd in een parkeervak ter hoogte van de pinautomaat Rabobank. Ik zag dat [bijrijder 2] mijn sjaal en muts afpakte. Ik zag dat [verdachte] deze gebruikte om zijn gezicht te bedekken. Ik zag dat [verdachte] uitstapte en met mijn pinpas geld pinde uit de automaat. Hierna stapte [verdachte] weer in en reden we verder. Ik werd hierna uit de auto getrokken bij het tankstation Total gelegen aan de [straat 8] te Tegelen.
Ik ben van hieruit terug naar huis gelopen in Reuver. Toen ik thuis was ben ik niet naar binnen gegaan. Ik ben in mijn auto gaan zitten en heb de politie gebeld. Ik heb op mijn bankierenapp gezien dat er 460 euro gepind is geworden. Er is om 22:42 uur gepind. Dit was dus bij de pinautomaat Rabobank in Tegelen. In totaal is mij dus 1960 euro afgepakt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
[benadeelde 1]niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat de benadeelde niet zelf de vordering heeft ondertekend terwijl hij meerderjarig is. Bovendien ontbreekt de juiste machtiging van [bedrijf 2] . De verdediging stelt zich subsidiair op het standpunt dat de schade aan de kleding en koptelefoon door de verzekeraar is vergoed. Er bestaat geen rechtstreeks verband tussen de medicijnkosten en het tenlastegelegde. Voorts stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering ter zake de immateriële schade fors dient te worden gematigd. Ten slotte is de verdediging van mening dat de moeder van [benadeelde 1] geen schade kan verhalen voor de kapotte gsm omdat er geen sprake is van verplaatste schade, noch is de moeder opgenomen in de tenlastelegging, noch is zij aangemerkt als benadeelde.
[naam 21]niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat niet duidelijk is of de benadeelde het voegingsformulier heeft ondertekend. Op het voegingsformulier staat dat een zekere [naam 21] heeft ondertekend en niet [naam 21] . De verdediging stelt zich subsidiair op het standpunt dat de vordering met betrekking tot het weggenomen geld (€ 1.500,-) dient te worden afgewezen omdat de vordering ter zake onvoldoende is onderbouwd. Met betrekking tot de incassokosten stelt de verdediging dat deze kosten geenszins in causaal verband staan met de verweten gedragingen. De vordering ter zake dient te worden afgewezen. Ten slotte stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering ter zake de immateriële schade dient te worden gematigd.
[benadeelde 4]voor wat betreft de posten ‘eigen risico DAS’ en ‘reiskosten’ dient te worden afgewezen. De benadeelde heeft een voorkeursadvocaat in de arm genomen en dat kan niet worden doorbelast aan de verdachte. De verdediging stelt zich op het standpunt dat de vordering ten aanzien van de gestolen telefoon hooguit tot een bedrag van € 133,- kan worden toegewezen. Voor het overige dient de vordering ter zake niet-ontvankelijk te worden verklaard. De verdediging refereert zich ten aanzien van de posten: ‘het gestolen geld’ en ‘het eigen risico’. Ten slotte stelt de verdediging zich op het standpunt dat de vordering ter zake de immateriële schade dient te worden gematigd.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een gevangenisstraf van
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- wijst af de vordering ten aanzien van de overig gestelde materiële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer,
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededader(s) is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering ten aanzien van de overig gestelde materiële schade;
- wijst af de vordering ten aanzien van de overig gestelde immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer,
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- wijst af de vordering ten aanzien van de overig gestelde materiële en immateriële schade;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer,
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.