ECLI:NL:RBLIM:2020:5480
Rechtbank Limburg
- Wraking
- M.B.T.G. Steeghs
- Y.J.C.A. Roeffen
- C.M.J. van den Acker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid in schuldsaneringszaak
In deze zaak verzocht een schuldenares om wraking van de rechter die betrokken was bij een procedure over tussentijdse beëindiging van haar schuldsaneringsregeling. Verzoekster stelde dat de rechter door een procesbeslissing over termijnen de schijn van partijdigheid had gewekt.
De rechter had de termijnen voor het indienen van aanvullend verweer aangepast omdat het proces-verbaal door Covid-19 maatregelen later beschikbaar kwam. Dit leidde tot verlenging van reactietermijnen, wat verzoekster onwelgevallig was.
De wrakingskamer beoordeelde of sprake was van subjectieve of objectieve partijdigheid. Er waren geen feiten die subjectieve partijdigheid aannemelijk maakten. De objectieve vrees voor partijdigheid werd niet gerechtvaardigd geacht omdat de procesbeslissing begrijpelijk was en gericht op een ordentelijke procedure.
De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is ongegrond verklaard en afgewezen.