ECLI:NL:RBLIM:2020:4980

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
25 juni 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
8598254 AZ VERZ 20-67
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:671b lid 1 onder a BWArt. 7:669 lid 3 onder g BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding met vergoeding

De kantonrechter van de Rechtbank Limburg te Maastricht behandelde het verzoek van DocMorris N.V. tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met een werknemer die sinds 6 juni 2006 als DataEntry Employee werkzaam was. DocMorris stelde dat de arbeidsverhouding zodanig verstoord was dat voortzetting redelijkerwijs niet kon worden verlangd, zonder dat aan partijen een verwijt kon worden gemaakt.

De werknemer erkende de verstoorde arbeidsverhouding, maar voerde verweer tegen ontbinding. De kantonrechter oordeelde dat de verstoring van de arbeidsrelatie voldoende was en dat herplaatsing in een andere passende functie binnen DocMorris niet mogelijk was. Op grond van artikel 7:671b lid 1 onder a en 7:669 lid 3 onder g BW werd de arbeidsovereenkomst ontbonden met ingang van 1 augustus 2020.

Partijen waren het eens over een all-in beëindigingsvergoeding van €8.600 bruto, gelijk aan de transitievergoeding, die DocMorris aan de werknemer moest betalen. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. De beschikking werd door de kantonrechter in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens verstoorde arbeidsverhouding en de werknemer ontvangt een beëindigingsvergoeding van €8.600 bruto.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer 8598254 AZ VERZ 20-67
Beschikking van de kantonrechter van 25 juni 2020
in de zaak van
de naamloze vennootschap
DOCMORRIS N.V.,
gevestigd te Heerlen,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. X.M. Heymann,
tegen
[verweerster],
wonend te [woonplaats] ,
verwerende partij,
gemachtigde mr. W.C.G.J. Sterk.
Partijen zullen hierna DocMorris en [verweerster] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het verzoekschrift
  • het verweerschrift.
1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Partijen zijn na het ontstaan van het geschil overeengekomen dat de kantonrechter van de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, bevoegd is. De kantonrechter stelt vast dat hij op basis van die overeenkomst rechtsmacht heeft en (relatief) bevoegd is.
2.2.
Op de arbeidsovereenkomst tussen partijen is het Nederlandse recht van toepassing omdat partijen dat zijn overeengekomen en omdat [verweerster] haar werkzaamheden te Heerlen verrichtte.
2.3.
[verweerster] , geboren op [geboortedatum] , is op grond van een arbeidsovereenkomst sinds 6 juni 2006 in dienst van DocMorris in de functie van DataEntry Employee,
tegen een brutoloon van (laatstelijk) € 1.686,94 per maand exclusief emolumenten.
2.4.
DocMorris verzoekt de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te ontbinden
met ingang van 1 augustus 2020 wegens een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van haar in redelijkheid niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Zij benadrukt daarbij dat zowel DocMorris als [verweerster] daarvan geen verwijt valt te maken en er geen sprake is van een dringende reden.
2.5.
[verweerster] heeft verweer gevoerd maar niettemin wel erkend dat sprake is van de door DocMorris gestelde verstoorde arbeidsverhouding.
2.6.
De kantonrechter is van oordeel dat, zonder dat [verweerster] daarvan een verwijt valt te maken, de arbeidsverhouding tussen partijen zodanig verstoord is dat van DocMorris niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Verder staat vast dat herplaatsing van [verweerster] in een andere passende functie binnen DocMorris niet mogelijk is. De arbeidsovereenkomst zal daarom (op grond van art. 7:671b lid 1 onder a en 7:669 lid 3 onder g BW) ontbonden worden met ingang van 1 augustus 2020.
2.7.
Partijen zijn het erover eens dat [verweerster] recht heeft op een “all-in beëindigingsvergoeding” van € 8.600,00 bruto, welke vergoeding volgens [verweerster] gelijk is aan de transitievergoeding. DocMorris zal worden veroordeeld tot betaling van deze vergoeding.
2.8.
De proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van
1 augustus 2020,
3.2.
veroordeelt DocMorris om aan [verweerster] een vergoeding te betalen van € 8.600,00 bruto,
3.3.
compenseert de kosten van deze procedure in die zin, dat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers en is in het openbaar uitgesproken.
Type: RW