De werkneemster is op 15 oktober 2018 op staande voet ontslagen door haar werkgever, GroenekruisDomicura Huishoudelijke Hulp B.V., vanwege herhaaldelijk niet verschijnen bij cliënten en het overschrijden van professionele grenzen. De werkneemster leed aan psychische problematiek en stelde dat zij niet begreep dat zij was ontslagen, waardoor zij te laat een verzoekschrift indiende.
De kantonrechter stelt vast dat de werkneemster wel degelijk wist van het ontslag en in staat was om juridische hulp in te schakelen. De medische informatie bevestigt haar psychische klachten, maar onvoldoende om te concluderen dat zij niet wist dat zij was ontslagen of niet in staat was om tijdig rechtsbijstand te zoeken.
De wettelijke vervaltermijnen voor het indienen van een verzoek tot vergoeding na ontslag op staande voet zijn daardoor overschreden. De kantonrechter oordeelt dat het vasthouden aan deze termijnen niet onaanvaardbaar is volgens redelijkheid en billijkheid. Het verzoek wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de werkneemster wordt veroordeeld in de proceskosten.