Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13,
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 7,
- de rolbeschikking waarbij een comparitie van partijen is bepaald,
- de conclusie van antwoord in reconventie, met producties 14 tot en met 25
- de nadere producties van [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] (26 tot en met 33),
- het proces-verbaal van comparitie van 6 februari 2020.
2.De feiten
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
in conventie
- constateert u in de financiële administratie van partijen (eventueel samen met [naam bv] ) vanaf 1 januari 2009 een rekening-courantverhouding?
- Zo ja, is in die administratie verwerkt als aflossing van de hiervoor genoemde hypothecaire lening van € 175.000,- een bedrag van € 37.500,- betaald door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ?
- Vindt u in de administratie steun voor de stelling dat in elk geval het bedrag van € 37.500,-is verrekend met de “fee advocaten” van [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] ?
- Vindt u in de administratie steun voor de stelling dat in het kader van de rekening-courant-posities in de periode 2009 tot en met 2013 door [gedaagde in conventie, eiseres in reconventie] € 40.133,- wegens aflossing en rente met betrekking tot de hypotheek is betaald aan [eiseres in conventie, verweerster in reconventie] en dat het in de periode 2009 tot en met 2013 verrekende bedrag van € 40.133,- opnieuw is verrekend in 2014?
- Heeft u overigens in het kader van dit geding naar aanleiding van uw onderzoek nog op- of aanmerkingen?