Uitspraak
RECHTBANK limburg
[Naam], te [woonplaats], verzoeker
De Burgemeester van de gemeente Maastricht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.Deze uitspraak is gedaan op 18 mei 2020
Rechtbank Limburg
De burgemeester van Maastricht legde op grond van artikel 13b van de Opiumwet een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning van verzoeker voor drie maanden, omdat op 5 december 2019 65,5 gram hennep werd aangetroffen. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg een voorlopige voorziening, stellende dat de drugs van zijn neef waren en hij niet op de hoogte was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester bevoegd was tot sluiting omdat de hoeveelheid hennep de grens voor eigen gebruik ruim overschreed, wat wijst op handel. Verzoeker leverde onvoldoende tegenbewijs. Het handhavingsbeleid van de burgemeester, dat sluiting zonder waarschuwing mogelijk maakt bij ernstige situaties, werd als redelijk beoordeeld.
Verder werd beoordeeld of de sluiting evenredig was. De rechter vond dat verzoeker redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van de drugs, mede door de vindplaats. De mogelijke gevolgen voor verzoeker, zoals verlies van de woning en schulden, waren geen bijzondere omstandigheden die de sluiting onevenredig maakten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. De uitspraak werd schriftelijk gedaan vanwege de coronamaatregelen en is niet vatbaar voor beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen.