ECLI:NL:RBLIM:2020:4084
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in echtscheidingsprocedure
In een echtscheidingsprocedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter vanwege een procesbeslissing over het toelaten van nadere stukken en vermeende onpartijdigheid tijdens de zitting. Verzoeker stelde dat de rechter niet tijdig besliste over het toelaten van stukken en onvoldoende ingreep bij aantijgingen van de wederpartij.
De rechter gaf aan dat de beslissing over de stukken een procesrechtelijke beslissing betrof en dat een wrakingsverzoek daarvoor niet gegrond kon zijn. Tevens ontkende de rechter de beschuldigingen van partijdigheid. De wrakingskamer beoordeelde of er sprake was van objectieve en subjectieve partijdigheid en concludeerde dat de gronden van verzoeker vooral zagen op een procesbeslissing, die geen reden tot wraking vormt.
De wrakingskamer oordeelde dat er geen zwaarwegende aanwijzingen waren voor vooringenomenheid of schijn van partijdigheid. Ook werden aanvullende wrakingsgronden afgewezen wegens niet tijdige indiening. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en de beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan gegronde aanwijzingen voor partijdigheid.