Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die hun bestuursrechtelijke zaak behandelde, vanwege vermeende schending van onpartijdigheid door het uitreiken van verschillende versies van processtukken. Zij stelden dat de rechter mogelijk beïnvloed was door de griffier en onvoldoende controle had uitgeoefend, waardoor de schijn van partijdigheid ontstond.
De rechter gaf aan dat de einduitspraak schriftelijk en in het openbaar was gedaan op 17 februari 2020, voorafgaand aan het mondelinge wrakingsverzoek. De fout in de kopieën van het proces-verbaal werd erkend en gecorrigeerd, maar het wrakingsverzoek werd pas na de uitspraak gedaan, waardoor het niet meer ontvankelijk was.
De wrakingskamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen kan worden ingediend zolang de rechter nog belast is met de zaak. Omdat de einduitspraak al was gedaan, was het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk en werd het zonder zitting afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.