ECLI:NL:RBLIM:2020:3723
Rechtbank Limburg
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid raadkamer bij bezwaar tegen onthouding processtukken na aanhangigmaking zaak
De verdachte heeft bezwaar gemaakt tegen het onthouden van processtukken door de officier van justitie en verzocht om verstrekking van volledige processtukken. De raadkamer heeft dit bezwaar behandeld tijdens een zitting op 8 mei 2020, waarbij de officier van justitie en de advocaat van de verdachte zijn gehoord.
De raadkamer overweegt dat volgens artikel 149 Sv Pro de officier van justitie verantwoordelijk is voor de samenstelling van processtukken tijdens het opsporingsonderzoek, en dat de verdachte op grond van artikelen 30 en 32 Sv recht heeft op kennisneming en afschrift van deze stukken. Na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting is echter de zittingsrechter verantwoordelijk voor het procesdossier, zoals bepaald in artikel 33 Sv Pro.
De raadkamer constateert dat hoewel in de praktijk de officier van justitie soms de kennisneming van processtukken onthoudt na aanhangigmaking van de zaak, dit slechts in uitzonderlijke gevallen is toegestaan. Omdat de wet niet voorziet in een specifieke regeling voor bezwaar tegen deze onthouding na aanhangigmaking, moet dit bezwaar bij de instantie worden ingediend die verantwoordelijk is voor het procesdossier, namelijk de zittingsrechter.
Daarom verklaart de raadkamer zich onbevoegd om het bezwaarschrift te behandelen en wijst het door naar de zittingsrechter. De officier van justitie wordt opgedragen deze beschikking ten uitvoer te leggen en de verdachte hiervan in kennis te stellen.
Uitkomst: De raadkamer verklaart zich onbevoegd het bezwaar tegen de onthouding van processtukken te behandelen en verwijst naar de zittingsrechter.