Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank Limburg om een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, een vrouw met ernstige neurocognitieve stoornissen en dementie, voor de duur van zes maanden. Hoewel de vereiste geneeskundige verklaring ontbrak vanwege de coronapandemie, werd het verzoek toch in behandeling genomen.
Tijdens de zitting, die vanwege COVID-19 via telehoren plaatsvond, werden betrokkene, haar advocaat, zoon, casemanager en medewerkers van het CIZ gehoord. De huisarts rapporteerde agressief gedrag van betrokkene jegens haar echtgenoot en familieleden, met een verwarde en psychotische indruk. De thuissituatie werd als zorgelijk en onveilig beoordeeld.
De rechtbank constateerde dat betrokkene lijdt aan Alzheimer en dat haar gedrag ernstig nadeel veroorzaakt, waaronder risico op verwaarlozing en gevaar voor de veiligheid van personen. Gezien het ontbreken van minder ingrijpende maatregelen en het feit dat betrokkene zich verzet tegen opname, achtte de rechtbank de machtiging noodzakelijk en geschikt.
De machtiging werd verleend voor twee maanden, met aanhouding van de resterende termijn van vier maanden, zodat binnen deze periode alsnog een geneeskundige verklaring kan worden ingediend. De rechtbank benadrukte dat afwijzing van het verzoek zou leiden tot onaanvaardbare gevolgen voor betrokkene en haar omgeving.