Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
2.Het beklag
3.Het standpunt van het Openbaar Ministerie
4.De beoordeling
5.De beslissing
ongegrond.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde een beklagprocedure van een klager tegen het klassieke en conservatoire beslag op een woning gelegen te Stein. De klager betwistte het gerechtvaardigd vermoeden van witwassen en stelde dat verbeurdverklaring en geldboete hoogst onwaarschijnlijk zijn, waardoor het beslag opgeheven zou moeten worden.
Het Openbaar Ministerie stelde zich op het standpunt dat het strafvorderlijk belang het voortduren van het beslag rechtvaardigt. De rechtbank onderzocht de feiten en constateerde dat er een redelijk vermoeden van schuld aan witwassen bestaat, onder meer gebaseerd op een hennepplantage aangetroffen in het registergoed, de beperkte rol van de klager bij de aankoop en de onverklaarde herkomst van gelden.
De rechtbank oordeelde dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter het registergoed zal verbeurd verklaren en/of een geldboete zal opleggen. Daarom is het strafvorderlijk belang bij het voortzetten van het beslag aanwezig en werd het beklag ongegrond verklaard. De beschikking is uitgesproken in openbare raadkamer op 24 maart 2020.
Uitkomst: Het beklag tegen het klassieke en conservatoire beslag wordt ongegrond verklaard vanwege het strafvorderlijk belang en redelijk vermoeden van witwassen.