ECLI:NL:RBLIM:2020:2265
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting en ontuchtige handelingen
De rechtbank Limburg behandelde op 4 maart 2020 de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van verkrachting en ontuchtige handelingen op twee slachtoffers. De feiten zouden hebben plaatsgevonden op of omstreeks 9 april 2017 te Belfeld. De slachtoffers, beiden jongvolwassen vrouwen, deden aangifte en legden verklaringen af, evenals hun vriendin, haar moeder en een vertrouwenspersoon.
De rechtbank constateerde echter dat de verklaringen van de slachtoffers onderling inconsistent en deels tegenstrijdig waren. Er waren onduidelijkheden over de aanwezigheid en reacties van derden tijdens de vermeende feiten en verschillen in de beschrijvingen van de gebeurtenissen. De verdachte ontkende de tenlasteleggingen en zowel de officier van justitie als de verdediging stelden zich op het standpunt dat de feiten niet wettig en overtuigend konden worden bewezen.
De rechtbank benadrukte het wettelijke vereiste dat bewijs bij zedendelicten niet op één enkele verklaring mag berusten zonder aanvullende bewijsstukken. Gezien het ontbreken van dergelijk ondersteunend bewijs en de inconsistenties in de verklaringen, achtte de rechtbank het bewijs onvoldoende. Het ongepaste gedrag van verdachte, zoals naakt rondlopen en alcoholgebruik faciliteren, bood geen voldoende steun voor de beschuldigingen.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten. Dit vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer op 18 maart 2020 in Roermond.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor verkrachting en ontuchtige handelingen.