Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verder verloop van de procedure
- het rapport van de raad van 24 mei 2019, ingekomen ter griffie op 27 mei 2019;
- de brief van de vader, ingekomen ter griffie op 28 mei 2019;
- het e-mailbericht met bijlagen van de moeder, ingekomen ter griffie op 31 oktober 2019.
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat,
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat,
- een vertegenwoordigster van de raad.
2.Het rapport van de raad van 24 mei 2019
3.De standpunten ter zitting
4.Beoordeling
- de noodzaak tot verhuizen;
- de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de minderjarige en de achterblijvende ouder te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg
- de rechten van de achterblijvende ouder en de minderjarige op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg waarbij de situatie en de frequentie van contact/omgang voor en na de verhuizing wordt vergeleken;
- de leeftijd van de minderjarige, zijn mening en de mate waarin hij geworteld is in zijn omgeving;
- de extra kosten van de omgang na de verhuizing.
5.Beslissing
- eenmaal per twee weken van vrijdag na school tot maandag voor school;
- eenmaal per twee weken van donderdag na school tot vrijdag voor school;
- gedurende de helft van vakanties, feestdagen en bijzondere dagen in onderling overleg, steeds voor 1 april van ieder jaar, nader te bepalen, waarbij geldt dat indien in onderling overleg geen verdeling kan worden bereikt, [minderjarige] bij de vader zal verblijven: