Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
€ 720,00
Rechtbank Limburg
Werknemer was sinds 2000 in dienst bij Fair Play Centers BV als medewerker amusementscenter. Tijdens een personeelsuitje in juni 2019 werd door een collega een bon ingediend die niet betrekking had op de uitgaven van het teamuitje. Werknemer en twee collega’s hadden afgesproken deze bon in te dienen zonder transparantie te verschaffen. Dit werd door de werkgever als ernstig verwijtbaar handelen beoordeeld.
De kantonrechter oordeelde dat het indienen van een onjuiste bon het vertrouwen tussen werkgever en werknemer zodanig heeft geschaad dat voortzetting van het dienstverband niet mogelijk is. De aard van het werk, waarbij werknemers regelmatig met geldstromen omgaan, versterkt dit oordeel. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met onmiddellijke ingang zonder toekenning van een transitievergoeding.
Werknemer was sinds september 2019 arbeidsongeschikt, maar dit vormde geen beletsel voor ontbinding. Het beroep op de uitzondering voor transitievergoeding op grond van artikel 7:673 lid 8 BW Pro werd afgewezen. De kantonrechter veroordeelde werknemer tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden met onmiddellijke ingang wegens ernstig verwijtbaar handelen zonder toekenning van transitievergoeding.