Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.Preliminair verweer
zo spoedig mogelijkdoch uiterlijk twee jaren na de uitspraak in eerste aanleg bij de rechtbank aanhangig dient te worden gemaakt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 11 februari 2020 een preliminair verweer in een zaak waarbij het Openbaar Ministerie een ontnemingsvordering had ingediend op grond van artikel 36e Wetboek van Strafrecht. Deze vordering werd ingediend op 16 december 2019, bijna twee jaar na het vonnis van 22 december 2017 waarin de betrokkene was veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de vordering niet tijdig was ingediend en het onderzoek onnodig lang had geduurd, wat de rechtszekerheid schaadt. Het Openbaar Ministerie erkende de overschrijding van de redelijke termijn maar voerde aan dat dit geen reden is voor niet-ontvankelijkheid en dat het verzuim van aankondiging niet tot niet-ontvankelijkheid leidt.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de vordering binnen de wettelijke termijn van twee jaar was ingediend, deze niet 'zo spoedig mogelijk' was ingediend zoals vereist in artikel 511b Sv. Het financieel onderzoek was al in juni 2012 afgesloten en er was geen nadere actie na het vonnis in 2017. Hierdoor voldoet de vordering niet aan het vereiste van tijdigheid en werd het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wees erop dat deze vertraging niet aan het Openbaar Ministerie te wijten is maar aan politieke keuzes en bezuinigingen binnen de justitiële keten. Dit risico mag niet ten koste gaan van de betrokkene maar ligt bij de staat.
Uitkomst: Het Openbaar Ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de ontnemingsvordering wegens niet tijdige indiening.