Op 18 mei 2017 werd verdachte samen met zeven anderen aangetroffen in een woning waar hennep werd geknipt. De rechtbank oordeelde dat het knippen van hennep een actieve bewerking inhoudt en dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt. Bewijs bestond uit verklaringen, aangetroffen hennep, vervuilde knipscharen en DNA-sporen.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts een ondergeschikte rol had en hooguit medeplichtige was, maar de rechtbank verwierp dit en stelde vast dat verdachte een substantiële bijdrage leverde. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met anderen opzettelijk een grote hoeveelheid hennep heeft bewerkt.
De rechtbank legde een taakstraf van 40 uur op, met aftrek van voorarrest, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank vond een taakstraf van 60 uur te zwaar en hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder haar gezondheid en het ontbreken van eerdere strafbare feiten.