Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
Overschrijding van de redelijke termijn (…) leidt niet tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf, die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.”
4.De beoordeling van het bewijs
per jaar,acht de rechtbank met de officier van justitie aannemelijk geworden dat “per jaar” een kennelijke verschrijving in de notulen betreft en dat hiermee “per maand” wordt bedoeld. Dit gelet op de hoogte van het bedrag en temeer nu in verdere notulen van de woningstichting ook telkens over het salaris per maand wordt gesproken.
8/7/8 [naam 4] , [naam bv 1] wonen zorg diensten 50% aandelen [verdachte] , 50% aandelen [naam 3]”. Bij beide namen zijn handtekeningen geplaatst. [53] [naam 3] heeft verklaard dat dit een overeenkomst tussen hem en de verdachte betreft. Het is een schriftelijke vastlegging van datgene wat mondeling is afgesproken. [54]
samenwerking is gezocht door [naam woningstichting 1] met ervaringsdeskundige [naam bv 1]”. [67]
- in een document te vermelden dat [naam 3] afstand doet van zijn rechten en plichten in [naam bv 1] tegen een betaling van € 2.500,-, welke voor akkoord is ondertekend door de verdachte de dato 1 juli 2008, terwijl in werkelijkheid [naam 3] de betreffende brief niet heeft opgesteld en op voornoemde datum geen afstand heeft gedaan van rechten en plichten in [naam bv 1] ;
- in een document te vermelden dat er op 1 juli 2008 een afkoop van 50% in het aandeelbelang van [naam bv 1] of [naam bv 1] voor een bedrag van € 2.500,- zou hebben plaatsgevonden, terwijl in werkelijkheid op die datum geen afkoop van aandelen heeft plaatsgevonden van [naam bv 1] of [naam bv 1]
allerliefste, wat heb ik gedaan? Ik heb je teleurgesteld. (…) Ik heb alles kapot gemaakt! Het vertrouwen is weg! Dingen verzwijgen, de leugens. Het moet stoppen. ( …) Waar ging het mis?!?!In dit schrijven is onder meer opgenomen:
Ik moet hier echt mee lachen. Jullie zijn echt bij de verkeerde geweest”. [164] Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat dit geldbedrag is opgenomen ten behoeve van de Ronde Tafel 164 in Valkenburg. [naam stichting] staat in dat verband voor het evenement genaamd ‘Monsieur op Sjiek’. Het betrof een sponsoring om de naamswijziging van de woningstichting onder de aandacht te brengen en de nieuwe naam te promoten. [165]
allerliefste, wat heb ik gedaan? Ik heb je teleurgesteld. (…) Ik heb alles kapot gemaakt! Het vertrouwen is weg! Dingen verzwijgen, de leugens. Het moet stoppen. ( …) Waar ging het mis?!?!” en de volgende opsomming:
- een offerte voor werkzaamheden heeft gedateerd op 2 februari 2007;
- een notitie inhoudende een opdrachtbevestiging heeft gedateerd op februari 2007;
- een brief aan [medeverdachte] heeft gedateerd 21 februari 2007;
(toelichting griffier: inzake surplus salaris)en
(toelichting griffier: inzake [naam bv 1] )en
(toelichting griffier: inzake kasopnames/privéuitgaven)
(toelichting griffier: inzake [naam onderneming 1] )
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1a., onder 1b., 2a. en het onder 2b. aan hem tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1a., onder 1b., onder 2a. of onder 2. meer of anders aan hem is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 5 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van twee jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
ontzet de verdachte uit het recht tot uitoefening van het beroep van directeur of bestuurder van een instelling voor volkshuisvesting voor de duur van vijf jaren.